**1.** De verzoeken tot overbrenging en de antwoorden daarop geschieden schriftelijk.
**2.** De aangezochte staat die partij is stelt de verzoekende staat die partij is onverwijld in kennis van zijn beslissing of al dan niet met de verzochte overbrenging wordt ingestemd en, op verzoek, wanneer mogelijk en aangewezen van de redenen voor de weigering.
**3.** Op verzoek van de veroordelende staat die partij is verstrekt de tenuitvoerleggende staat die partij is:
een document of verklaring dat de persoon een onderdaan is van de tenuitvoerleggende staat die partij is, ook wanneer van toepassing in overeenstemming met artikel 9;
een afschrift van het toepasselijke nationale recht van de tenuitvoerleggende staat die partij is waaruit blijkt dat het handelen of het nalaten op grond waarvan de veroordeling in de veroordelende staat die partij is werd uitgesproken, naar het nationale recht van de tenuitvoerleggende staat die partij is een misdrijf oplevert of een misdrijf zou opleveren indien gepleegd op zijn grondgebied;
informatie over de wijze waarop de veroordeling ten uitvoer zal worden gelegd in geval van overbrenging en, in voorkomend geval, afschriften van relevante bepalingen van het nationale recht inzake voortzetting of omzetting van veroordelingen;
informatie over voorwaardelijke of vervroegde invrijheidstelling en de relevante bepalingen van het nationale recht.
**4.** Indien om overbrenging wordt verzocht, verstrekt de veroordelende staat die partij is de volgende documenten aan de tenuitvoerleggende staat die partij is tenzij de aangezochte staat die partij is reeds heeft aangegeven niet met de overbrenging te zullen instemmen;
een gewaarmerkt afschrift van het vonnis en een afschrift van de relevante bepalingen van het nationale recht die daaraan ten grondslag liggen;
een opgave van het reeds ondergane gedeelte van een veroordeling, daaronder begrepen informatie over eventuele voorlopige hechtenis, strafvermindering en elke andere voor de tenuitvoerlegging van de veroordeling ter zake dienende omstandigheid;
onverminderd de artikelen 71 en 72, een schriftelijke verklaring met de instemming met de overbrenging als bedoeld in artikel 67, derde lid, onderdeel d;
waar nodig, een medisch of sociaal rapport omtrent de gevonniste persoon, inlichtingen betreffende de behandeling in de veroordelende staat die partij is en elke aanbeveling ten aanzien van zijn verdere behandeling in de tenuitvoerleggende staat die partij is.
**5.** Elk van beide staten die partij zijn kan verzoeken om de in het derde of vierde lid bedoelde documenten of verklaringen alvorens een verzoek tot overbrenging te doen of een beslissing te nemen of hij al dan niet met de overbrenging zal instemmen.
DEEL V
Artikel 69
Verzoeken, antwoorden en stukken ter ondersteuning
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht