Naar hoofdinhoud
1. Elke staat die partij is neemt passende maatregelen, binnen zijn mogelijkheden, om te zorgen voor doeltreffende bescherming tegen represailles of intimidatie, met inbegrip van wrede behandeling van slachtoffers en getuigen en, in voorkomend geval, hun familieleden of vertegenwoordigers, deskundigen, alsmede alle andere personen die deelnemen aan of meewerken aan onderzoek, vervolging of andere procedures die binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag vallen. 2. Onverminderd de rechten van de verdachte, met inbegrip van het recht op een eerlijke rechtsgang, kunnen de in het eerste lid bedoelde maatregelen het volgende omvatten: het voorzien in procedures voor de fysieke bescherming van de in het eerste lid bedoelde personen, waaronder, voor zover nodig en uitvoerbaar, het overbrengen naar een andere plaats van hen en waar passend, het verbieden van de bekendmaking of het toestaan van beperkingen ten aanzien van de verstrekking van informatie omtrent hun identiteit en verblijfplaats; het vaststellen van procedures om slachtoffers, getuigen en deskundigen in staat te stellen een verklaring af te leggen op een wijze die hun veiligheid en, in voorkomend geval, hun fysieke en psychologische welzijn en privacy waarborgt, zoals het toestaan van het gebruik van communicatietechnologieën. 3. De staten die partij zijn, overwegen overeenkomsten of andere regelingen met andere staten aan te gaan ten behoeve van de overbrenging naar een andere plaats van de in het eerste lid bedoelde personen.

Rechtspraak bij dit artikel