**1.** Een eerste Vergadering van de staten die partij zijn wordt bijeengeroepen, op voorstel van ten minste een derde van de staten die partij zijn, na het verstrijken van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag of twee jaar na de datum van nederlegging van de vijftiende akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, naargelang van wat het laatst is. Daarna kunnen Vergaderingen van staten die partij zijn worden gehouden op voorstel van ten minste een derde van de staten die partij zijn of zoals besloten door de Vergadering van staten die partij zijn.
**2.** Op de in het eerste lid bedoelde Vergadering van de staten die partij zijn, kunnen de staten die partij zijn:
elke overeenkomstig artikel 87 voorgestelde wijziging van dit Verdrag en eventuele aanvullende bijlagen die in overeenstemming met artikel 88 worden voorgesteld, overwegen;
andere authentieke teksten van dit Verdrag in een officiële taal van de Verenigde Naties overwegen;
het instellen van sobere en kostenefficiënte institutionele regelingen die nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van de in artikel 85 bedoelde activiteiten overwegen.
**3.** Niettegenstaande en onverminderd fysieke bijeenkomsten van de Vergadering van de staten die partij zijn, wordt, ter bevordering en aanmoediging van een zo breed mogelijke deelname en relevante communicatie en overleg tussen de staten die partij zijn, zoveel mogelijk gebruik gemaakt van alle beschikbare elektronische communicatiemiddelen en videoconferenties, naargelang van het geval.
DEEL VII
Artikel 84
Vergadering van de staten die partij zijn
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht