Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 29

Totstandbrenging van betrekkingen op grond van het verdrag

Onderdeel van Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke of handelszaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2023

1. Dit verdrag heeft slechts werking tussen twee verdragsluitende staten indien geen van beide de depositaris een kennisgeving betreffende de andere heeft toegezonden overeenkomstig lid 2 of lid 3. Bij gebreke van een dergelijke kennisgeving heeft het verdrag werking tussen twee verdragsluitende staten vanaf de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van de periode gedurende welke kennisgevingen kunnen worden gedaan. 2. Een verdragsluitende staat kan binnen twaalf maanden na de in artikel 32, onderdeel a), bedoelde kennisgeving door de depositaris, aan de depositaris ter kennis brengen dat de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van een andere staat niet tot gevolg zal hebben dat tussen die twee staten betrekkingen op grond van dit verdrag tot stand worden gebracht. 3. Een staat kan bij de nederlegging van zijn akte op grond van artikel 24, lid 4, aan de depositaris ter kennis brengen dat zijn bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding niet tot gevolg zal hebben dat met een verdragsluitende staat betrekkingen op grond van dit verdrag tot stand worden gebracht. 4. Een verdragsluitende staat kan te allen tijde een kennisgeving die hij uit hoofde van lid 2 of lid 3 heeft gedaan, intrekken. Die intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een termijn van drie maanden na de datum van kennisgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel