Naar hoofdinhoud
1. Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten. 2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt inkomen dat is verkregen door of door tussenkomst van een entiteit of een constructie die op grond van de belastingwetgeving van een van de verdragsluitende staten als geheel of gedeeltelijk fiscaal transparant behandeld wordt, geacht inkomen te zijn van een inwoner van een verdragsluitende staat, maar uitsluitend voor zover dat inkomen door die staat voor belastingdoeleinden behandeld wordt als inkomen van een inwoner van die staat. 3. In geen geval worden de bepalingen van het tweede lid zo uitgelegd dat ze afbreuk doen aan het recht van een verdragsluitende staat om de inwoners van die verdragsluitende staat te belasten. 4. De voordelen van de artikelen 10, 11, 12, 13, 14, 23 en 24 zijn niet van toepassing op een persoon die voor de toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting een vrijgestelde beleggingsinstelling is. 5. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten beslissen in onderling overleg in hoeverre een inwoner van een verdragsluitende staat die onder enig ander bijzonder regime valt geen aanspraak kan maken op de voordelen van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel