Naar hoofdinhoud
1. Vergoedingen voor technische diensten afkomstig uit een verdragsluitende staat en betaald aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat mogen in die andere staat worden belast. 2. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 15 en onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 8, 17 en 18, mogen vergoedingen voor technische diensten ook in de verdragsluitende staat waaruit deze vergoedingen afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de vergoedingen inwoner van de andere verdragsluitende staat is, mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de betalingen niet overschrijden. 3. Het begrip „vergoedingen voor technische diensten” zoals gebezigd in dit artikel betekent betalingen ter zake van elke dienst op het gebied van management, techniek of consultancy, tenzij de betaling wordt gedaan: aan een medewerker van de persoon die de betaling verricht; voor onderwijs in een onderwijsinstelling of voor onderwijs door een onderwijsinstelling; of door een natuurlijke persoon voor diensten voor persoonlijk gebruik van die natuurlijke persoon. 4. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de vergoedingen voor technische diensten, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de vergoedingen voor technische diensten afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting, of in die andere staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gelegen vast middelpunt, en de vergoedingen voor technische diensten tot het vermogen van die vaste inrichting of dat vaste middelpunt behoren. In dat geval zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van artikel 7 of artikel 15 van toepassing. 5. Voor de toepassing van dit artikel worden, onder voorbehoud van de bepalingen van het zesde lid, vergoedingen voor technische diensten geacht afkomstig te zijn uit een verdragsluitende staat indien: zij worden betaald door een inwoner van die staat of indien de persoon die de vergoedingen betaalt, of hij inwoner van een verdragsluitende staat is of niet, in een verdragsluitende staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot betaling van de vergoedingen was aangegaan en deze vergoedingen ten laste komen van de vaste inrichting of het vaste middelpunt, en de diensten in die staat worden verricht. 6. Voor de toepassing van dit artikel worden vergoedingen voor technische diensten geacht niet afkomstig te zijn uit een verdragsluitende staat indien deze worden betaald door een inwoner van die staat en in de andere verdragsluitende staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting of in die andere staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gelegen vast middelpunt en dergelijke vergoedingen ten laste komen van die vaste inrichting of dat vaste middelpunt. 7. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de vergoedingen, gelet op de diensten waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder een dergelijke verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In een dergelijk geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de verdragsluitende staten, zulks met zorgvuldige inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel