Naar hoofdinhoud
1. Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist: betekenen de uitdrukkingen „een verdragsluitende staat” en „de andere verdragsluitende staat” de Volksrepubliek Bangladesh, of het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Nederland, al naargelang de context vereist; betekent de uitdrukking „Bangladesh” het gehele grondgebied van de Volksrepubliek Bangladesh, met inbegrip van het deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover dat gebied in overeenstemming met internationaal recht krachtens de wetgeving van Bangladesh is of zal worden aangemerkt als een gebied waarbinnen Bangladesh soevereine rechten kan uitoefenen ter zake van de exploratie en exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van de zeebodem of de ondergrond daarvan; betekent de uitdrukking „Nederland”: het Europese deel van Nederland, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarbinnen het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met internationaal recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent; en het Caribische deel van Nederland dat is gelegen in de Caribische Zee en bestaat uit de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarin het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met internationaal recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, maar met uitzondering van de delen die betrekking hebben op Aruba, Curaçao en Sint Maarten; betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”: in Nederland de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger; in Bangladesh de „National Board of Revenue” of de bevoegde vertegenwoordiger daarvan; betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld; betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een verdragsluitende staat” en „onderneming van de andere verdragsluitende staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een verdragsluitende staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere verdragsluitende staat; betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in een verdragsluitende staat zijn gelegen en de onderneming die het schip of luchtvaartuig exploiteert geen onderneming van die staat is; betekent de uitdrukking „onderdaan”, in relatie tot een verdragsluitende staat, elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van die verdragsluitende staat bezit en elke rechtspersoon, vennootschap of vereniging of andere entiteit die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in die verdragsluitende staat van kracht is; omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam of elke andere vereniging van personen of elke andere entiteit; betekent de uitdrukking „erkend pensioenfonds” van een verdragsluitende staat een in die staat opgerichte entiteit of constructie die op grond van de belastingwetgeving van die staat als een afzonderlijk persoon behandeld wordt en: uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is opgericht en werkzaam is voor het beheren van of het voorzien in oudedagsvoorzieningen en ondergeschikte of bijkomstige uitkeringen aan natuurlijke personen en als dusdanig gereguleerd wordt door die staat of door een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan; of uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is opgericht en werkzaam is om gelden te beleggen ten voordele van entiteiten of constructies zoals bedoeld in onderdeel i. 2. Voor de toepassing van dit Verdrag worden rechten tot de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de verdragsluitende staat op wiens territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee (inclusief de exclusieve economische zone en het continentaal plat) waarin deze staat, in overeenstemming met internationaal recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de zeebodem en ondergrond daarvan, deze rechten betrekking hebben en worden deze rechten geacht te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die staat. Voorts omvatten de hiervoor genoemde rechten ook rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie. 3. Voor de toepassing van het Verdrag door een verdragsluitende staat op enig moment heeft elke daarin niet omschreven uitdrukking, tenzij de context anders vereist, de betekenis welke deze op dat moment heeft volgens de wetgeving van die staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die staat aan die uitdrukking wordt gegeven. 4. Het is wel te verstaan dat de bepalingen van dit Verdrag die gelijk of in wezen gelijksoortig zijn aan de bepalingen van het OESO-modelverdrag met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen of het VN-modelverdrag inzake dubbele belasting tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden, worden geïnterpreteerd overeenkomstig het commentaar van de OESO en de Verenigde Naties daarop op het moment van de toepassing van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel