**1.** Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden verricht.
**2.** De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
een plaats waar leiding wordt gegeven;
een filiaal;
een kantoor;
een fabriek;
een werkplaats;
een pakhuis voor zover het gebruikt wordt door een persoon om opslagruimte ter beschikking te stellen aan derden;
een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen;
een ruimte gebruikt als verkoopgelegenheid; en
een boerderij, plantage of een andere plaats waar werkzaamheden op het gebied van landbouw, bosbouw, plantage of daarmee verband houdende werkzaamheden worden verricht.
**3.** De uitdrukking „vaste inrichting” omvat eveneens:
een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden of daarmee verband houdende toezichthoudende activiteiten, maar alleen indien een dergelijke plaats van uitvoering, of dergelijke werkzaamheden of activiteiten, in een verdragsluitende staat voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar in totaal meer dan 183 dagen voortduurt of voortduren;
het verlenen van diensten, daaronder begrepen diensten van adviserende aard, door een onderneming door middel van werknemers of andere personeelsleden die door de onderneming daartoe zijn aangesteld, maar alleen indien dergelijke werkzaamheden in een verdragsluitende staat voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar in totaal meer dan 183 dagen voortduurt of voortduren.
**4.** Niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid wordt een onderneming van een verdragsluitende staat die werkzaamheden verricht in de territoriale zee van de andere verdragsluitende staat of in elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee, waarbinnen die andere verdragsluitende staat in overeenstemming met internationaal recht rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent (werkzaamheden buitengaats), geacht ter zake van die werkzaamheden een bedrijf uit te oefenen door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting, tenzij de werkzaamheden in kwestie in de andere staat worden verricht gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden in totaal minder dan tien dagen voortduurt of voortduren.
**5.** Voor de toepassing van het vierde lid van dit artikel wordt de uitdrukking „werkzaamheden buitengaats” geacht niet te omvatten:
een van de activiteiten of een combinatie daarvan als genoemd in het zevende lid;
sleep- of ankerwerkzaamheden door schepen die in de eerste plaats voor dat doel zijn ontworpen alsmede andere door zulke schepen verrichte werkzaamheden;
het vervoer van voorraden of personeel door schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer.
**6.** Uitsluitend teneinde de duur vast te stellen van:
een plaats van uitvoering van een bouwwerk, van constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden ingevolge het derde lid, onderdeel a, wanneer een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat werkzaamheden uitoefent op een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden of toezichthoudende activiteiten die daarmee verband houden, en die werkzaamheden worden uitgeoefend gedurende een of meer tijdvakken die in totaal langer duren dan 30 dagen zonder de termijn van 183 dagen te overschrijden en op diezelfde plaats van uitvoering van een bouwwerk, van constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden of toezichthoudende activiteiten die daarmee verband houden gedurende verschillende tijdvakken, die elk langer duren dan 30 dagen, daarmee verband houdende werkzaamheden worden uitgeoefend door een of meer ondernemingen die nauw verbonden zijn met eerstgenoemde onderneming, worden die verschillende tijdvakken bij het totale tijdvak gevoegd gedurende welke de eerstgenoemde onderneming werkzaamheden heeft uitgeoefend op die plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden of toezichthoudende activiteiten die daarmee verband houden; en
het verlenen van diensten uit hoofde van het derde lid, onderdeel b, wanneer een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat diensten verleent en deze diensten worden verleend gedurende een of meer tijdvakken die in totaal langer duren dan 30 dagen, zonder de termijn van 183 dagen te overschrijden, en daarmee verband houdende diensten worden verleend in die andere staat gedurende verschillende tijdvakken, die elk langer duren dan 30 dagen, door een of meer ondernemingen die nauw verbonden zijn met de eerstgenoemde onderneming, worden deze verschillende tijdvakken bij het tijdvak gevoegd gedurende welke de eerstgenoemde onderneming diensten heeft verleend in die andere verdragsluitende staat; en
werkzaamheden buitengaats ingevolge het vierde lid, wanneer een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat werkzaamheden buitengaats uitoefent en daarmee verband houdende werkzaamheden in die andere staat gedurende verschillende tijdvakken worden uitgeoefend door een of meer ondernemingen die nauw verbonden zijn met de eerstgenoemde onderneming, worden die verschillende tijdvakken bij het totale tijdvak gevoegd gedurende welke de eerstgenoemde onderneming werkzaamheden buitengaats heeft uitgeoefend in die andere verdragsluitende staat.
**7.** Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste inrichting” geacht niet te omvatten:
het gebruikmaken van inrichtingen, uitsluitend voor opslag of uitstalling van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor opslag of uitstalling;
het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of informatie in te winnen;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid te verrichten;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting met als enig doel een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden te verrichten;
op voorwaarde dat die werkzaamheid, of, in het geval van onderdeel f, het geheel van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting, van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.
**8.** Het zevende lid is niet van toepassing op een vaste bedrijfsinrichting die door een onderneming gebruikt of aangehouden wordt indien dezelfde onderneming of een nauw daarmee verbonden onderneming op dezelfde plaats of op een andere plaats in dezelfde verdragsluitende staat bedrijfsactiviteiten verricht, en
die plaats of die andere plaats voor de onderneming of voor de nauw daarmee verbonden onderneming een vaste inrichting vormt op grond van de bepalingen van dit artikel; of
het geheel van de activiteiten dat resulteert uit de combinatie van de activiteiten die door de twee ondernemingen op dezelfde plaats, of door dezelfde onderneming of nauw daarmee verbonden ondernemingen op de twee plaatsen worden uitgeoefend, niet van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft;
op voorwaarde dat de bedrijfsactiviteiten die door de twee ondernemingen op dezelfde plaats, of door dezelfde onderneming of nauw daarmee verbonden ondernemingen op de twee plaatsen, worden uitgeoefend aanvullende taken zijn die deel uitmaken van een samenhangende bedrijfsvoering.
**9.** Ten behoeve van de toepassing van dit artikel, wordt een persoon of onderneming geacht nauw te zijn verbonden met een onderneming indien uit alle relevante feiten en omstandigheden blijkt dat de ene zeggenschap heeft over de andere of dat beide onder zeggenschap staan van dezelfde personen of ondernemingen. In elk geval wordt een persoon of een onderneming geacht nauw verbonden te zijn met een andere onderneming indien de ene direct of indirect meer dan 50 percent bezit van het uiteindelijke belang in de ander (of, in het geval van een lichaam, meer dan 50 percent bezit van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van het lichaam of van het uiteindelijke belang in het vermogen van het lichaam) of indien een andere persoon of onderneming direct of indirect meer dan 50 percent bezit van het uiteindelijke belang (of, in het geval van een lichaam, meer dan 50 percent bezit van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van het lichaam of van het uiteindelijke belang in het vermogen van het lichaam) in de persoon en in de onderneming of in de twee ondernemingen.
**10.** Indien een persoon – niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het twaalfde lid van toepassing is – voor een onderneming van de andere verdragsluitende staat in een verdragsluitende staat werkzaam is, wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en vierde lid, geacht in de eerstgenoemde verdragsluitende staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht, indien die persoon:
een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten te sluiten en dit recht in die verdragsluitende staat gewoonlijk uitoefent, tenzij de werkzaamheden van deze persoon beperkt blijven tot de werkzaamheden genoemd in het zevende lid, die, indien zij zouden worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting, deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken; of
een dergelijke machtiging niet bezit, maar in de eerstgenoemde staat gewoonlijk een voorraad goederen of koopwaar aanhoudt waaruit hij namens de onderneming regelmatig goederen of koopwaar levert.
**11.** Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel, wordt een verzekeringsmaatschappij van een verdragsluitende staat geacht een vaste inrichting in de andere verdragsluitende staat te bezitten, indien zij premies int op het grondgebied van die andere staat of aldaar bestaande risico's verzekert via een persoon niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie het twaalfde lid van toepassing is.
**12.** Een onderneming van een verdragsluitende staat wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere verdragsluitende staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die andere staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen. Wanneer een persoon evenwel uitsluitend of nagenoeg uitsluitend optreedt voor een of meer ondernemingen waarmee hij nauw verbonden is, wordt die persoon ten opzichte van elke dergelijke onderneming niet geacht een onafhankelijk vertegenwoordiger te zijn in de zin van dit lid.
**13.** De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een verdragsluitende staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere verdragsluitende staat of dat in die andere staat zijn bedrijf uitoefent (hetzij door middel van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), bestempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere.
HOOFDSTUK II
Artikel 5
Vaste inrichting
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting· Belastingrecht