Naar hoofdinhoud
1. De Partijen erkennen hun gemeenschappelijke belang bij de bescherming van ieders recht op een persoonlijke levenssfeer met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, en het belang van het in stand houden van solide gegevensbeschermingsregelingen en het waarborgen van de doeltreffende handhaving ervan. Zij zorgen er onder meer voor dat persoonsgegevens op geoorloofde en transparante wijze worden verwerkt, voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „verwerking” verstaan: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, openbaar maken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens. 2. De Partijen waarborgen een hoog niveau van bescherming van de persoonsgegevens van iedere persoon in overeenstemming met de bestaande multilaterale normen en internationale rechtsinstrumenten en praktijken. Daartoe stellen zij passende wet- en regelgeving en passend beleid vast, en voorzien zij in adequate bestuurlijke capaciteit voor de uitvoering ervan, met inbegrip van onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten.

Rechtspraak bij dit artikel