Naar hoofdinhoud
1. De Partijen streven de doelstellingen van deze Overeenkomst na in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid, solidariteit, wederkerigheid, wederzijds respect en verantwoordingsplicht. 2. De Partijen bevestigen opnieuw dat zij zich ertoe verbinden vriendschappelijke betrekkingen tussen naties te ontwikkelen, op basis van de eerbiediging van het beginsel van soevereine gelijkheid tussen alle staten, en af te zien van bedreiging van of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van enige staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met het Handvest van de Verenigde Naties (het „VN-Handvest”). 3. De Partijen komen overeen elk Regionaal Protocol overeenkomstig de in het algemene deel overeengekomen algemene beginselen uit te voeren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de regio’s. Zij komen tevens overeen de maatregelen af te stemmen op de verschillende behoeften van de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende landen, kleine eilandstaten in ontwikkeling en laaggelegen kuststaten, rekening houdend met de uiteenlopende problemen waarmee deze worden geconfronteerd. 4. De Partijen nemen besluiten en maatregelen op het meest passende binnenlandse, regionale of meerlandenniveau. 5. De Partijen behartigen stelselmatig een genderperspectief en zorgen ervoor dat gendergelijkheid in alle beleidsmaatregelen wordt geïntegreerd. 6. De Partijen hanteren een geïntegreerde aanpak van hun samenwerking die politieke, economische, sociale, ecologische en culturele elementen omvat. 7. De Partijen intensiveren hun inspanningen ter bevordering van regionale integratie en samenwerking om veiligheidskwesties zo goed mogelijk te beheren, de economische voordelen van de globalisering te benutten en in voorkomend geval transnationale problemen aan te pakken en transnationale kansen te benutten. 8. De Partijen streven een multistakeholderbenadering na, zodat een brede waaier van actoren, waaronder parlementen, lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en de private sector, actief bij de partnerschapsdialoog en samenwerking kan worden betrokken. 9. De samenwerking binnen regionale formele en ad-hocoverlegstructuren kan worden voortgezet om de doelstellingen van het partnerschap in het kader van deze Overeenkomst op een meer doeltreffende en doelmatige manier te verwezenlijken. De Partijen kunnen tevens bepalingen en flexibele procedures overeenkomen aan de hand waarvan de belanghebbende Partijen de dialoog en samenwerking op het gebied van specifieke thematische en interregionale kwesties kunnen verdiepen.

Rechtspraak bij dit artikel