Naar hoofdinhoud
1. De Partijen erkennen het belang van een open, veilige en stabiele, toegankelijke en vreedzame omgeving voor informatie- en communicatietechnologie (ICT), gestoeld op de normen, regels en beginselen voor verantwoordelijk gedrag van staten en de toepassing van het bestaande internationale recht. Daartoe verbinden de Partijen zich ertoe de samenwerking te versterken om cyberbeveiliging te bevorderen, hoogtechnologische cyber- en elektronische criminaliteit en misbruik van sociale media te voorkomen en te bestrijden, en de netwerkbeveiliging te verbeteren aan de hand van de uitwisseling van beste praktijken die de cyberveerkracht vergroten, onder meer in verband met de bescherming van kritieke infrastructuur. 2. De Partijen erkennen de noodzaak om cybercriminaliteit, met inbegrip van seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen, te voorkomen en aan te pakken door samen te werken en beste praktijken uit te wisselen bij de bestrijding van cybercriminaliteit, voortbouwend op bestaande internationale normen en standaarden, waaronder die van het Verdrag van Boedapest inzake cybercriminaliteit, gedaan te Boedapest op 23 november 2001, en het Verdrag van de Afrikaanse Unie inzake cyberbeveiliging en de bescherming van persoonsgegevens, gedaan te Malabo op 27 juni 2014.

Rechtspraak bij dit artikel