Naar hoofdinhoud

DEEL II › TITEL III › HOOFDSTUK 3

Artikel 36

Gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen en meisjes

Onderdeel van Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen erkennen dat gendergelijkheid en de economische emancipatie van vrouwen essentieel zijn voor het verwezenlijken van billijke duurzame ontwikkeling en inclusieve groei. Zij voeren hervormingen door, onder meer door te voorzien in rechtskaders en die te consolideren, om ervoor te zorgen dat vrouwen op gelijke voet recht hebben op economische en financiële middelen, evenals toegang tot, eigendom van en zeggenschap over land en natuurlijke hulpbronnen, erfenissen en andere vormen van eigendom. Zij nemen maatregelen om de volledige en daadwerkelijke deelname van vrouwen aan het politieke leven te vergroten. Naast gelijke toegang tot werkgelegenheid en waardige arbeidsomstandigheden bevorderen de Partijen de erkenning van onbetaalde zorg en huishoudelijk werk, door middel van openbare dienstverlening, infrastructuur en beleid inzake sociale bescherming en de bevordering van gedeelde verantwoordelijkheden binnen het huishouden en het gezin in het algemeen. 2. De Partijen hechten aan de volledige en daadwerkelijke uitvoering van de verklaring en het actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling en de resultaten van de toetsingsconferenties daarvan, en zetten zich in dat verband in voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. 3. De Partijen erkennen dat menstruele gezondheid en hygiëne belangrijk zijn voor de gezondheid van vrouwen en meisjes, alsook voor hun waardigheid, mobiliteit en welzijn, en komen daarom overeen passende en geschikte ondersteunende maatregelen te bevorderen.

Rechtspraak bij dit artikel