Naar hoofdinhoud
1. De Partijen erkennen dat de negatieve gevolgen van de klimaatverandering en de variabiliteit van het klimaat een bedreiging vormen voor het leven en de bestaansmiddelen van mensen. Zij bevestigen hun toezegging om dringend actie te ondernemen om klimaatverandering te voorkomen, de gevolgen ervan aan te pakken en dringend en op gecoördineerde wijze samen te werken op internationaal, regionaal, interregionaal en nationaal niveau, om het mondiale antwoord op de klimaatverandering te versterken. 2. De Partijen voeren het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, gedaan te New York op 9 mei 1992, en de Overeenkomst van Parijs effectief uit. 3. De Partijen verbinden zich ertoe de algemene doelstelling te verwezenlijken om de stijging van de gemiddelde temperatuur wereldwijd ruim onder 2 °C te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau en ernaar te streven de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C ten opzichte van het pre-industriële niveau, het aanpassingsvermogen te vergroten, de kwetsbaarheden te verminderen en de veerkracht te vergroten, en alle investeringen en geldstromen in overeenstemming te brengen met de Overeenkomst van Parijs.

Rechtspraak bij dit artikel