Naar hoofdinhoud
1. De Partijen stellen voor elk van de drie Regionale Protocollen een Raad van Ministers in: de Raad van Ministers Afrika-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in Afrika die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds; de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in het Caribisch gebied die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds, en de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in de Stille Oceaan die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds. Elke Regionale Raad van Ministers wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die respectievelijk door de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die Partij zijn, is benoemd, enerzijds, en door de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds, overeenkomstig hun eigen procedures. Elke Regionale Raad van Ministers komt op door de respectieve Partijen overeen te komen tijdstippen bijeen, in een samenstelling die passend is voor de te behandelen onderwerpen en op initiatief van de medevoorzitters, en neemt besluiten in onderlinge overeenstemming. 2. Elke Regionale Raad van Ministers heeft de volgende taken: prioriteiten stellen en, in voorkomend geval, actieplannen opstellen met betrekking tot de doelstellingen van zijn respectieve Regionale Protocol; besluiten nemen en aanbevelingen doen om uitvoering te geven aan specifieke aspecten van zijn respectieve Regionale Protocol, met inbegrip van besluiten betreffende de herziening of wijziging daarvan, overeenkomstig artikel 99, lid 5; de besluiten zijn bindend voor alle Partijen bij het respectieve Regionale Protocol, tenzij anders bepaald, en dialoog voeren en van gedachten wisselen over onderwerpen van gemeenschappelijk belang. 3. Elke Regionale Raad van Ministers stelt besluiten vast of doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming. Zijn werkzaamheden zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden die de respectieve regio Afrika, Caribisch gebied en Stille Oceaan vertegenwoordigen, aanwezig zijn. Ieder lid van elke Regionale Raad van Ministers kan zich bij verhindering laten vertegenwoordigen. Het plaatsvervangend lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit. 4. Elke Regionale Raad van Ministers: kan besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure; het bepaalde in artikel 88 is van overeenkomstige toepassing op de schriftelijke procedure van de Regionale Raad van Ministers; kan subcomités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties effectiever en efficiënter te behandelen en kan bevoegdheden delegeren aan het respectieve Regionale Gemengd Comité; legt de OACPS-EU-Raad van Ministers een verslag over de uitvoering van zijn respectieve Protocol over, en stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel