Naar hoofdinhoud
1. De personeelsleden van de OCCAR genieten de in Bijlage I bij dit Verdrag genoemde voorrechten en immuniteiten. De Raad ziet erop toe dat het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen beperkt blijft tot degenen van wie de functie toekenning van de overeenkomstige voorrechten en immuniteiten vereist. Onder deze personeelsleden vallen niet de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen OCCAR-contract bezitten; deze personeelsleden worden voor de toepassing van Bijlage I aangemerkt als deskundigen. 2. Het personeelsreglement, de salaris- en de pensioenregeling, zijn gebaseerd op de regels van de Gecoördineerde Organisaties (bijvoorbeeld de NAVO of de WEU). 3. De arbeidsplaatsen binnen het OCCAR-agentschap worden toegekend aan personen die zodanig gekwalificeerd zijn dat de organisatie haar taken zo doeltreffend mogelijk kan uitvoeren, rekening houdend met de deelname van de lidstaten aan lopende of toekomstige projecten. 4. Geen enkel personeelslid van het OCCAR-agentschap kan een betaalde functie vervullen voor een regering of andere activiteiten ontplooien die niet verenigbaar zijn met zijn positie als OCCAR-werknemer. 5. Alle OCCAR-personeelsleden moeten schriftelijk verklaren dat zij voornemens zijn hun taken gewetensvol te vervullen, niet om instructies bij de vervulling van hun taken te vragen of deze te ontvangen van een regering of enige andere autoriteit buiten de OCCAR, en zich te onthouden van elke handeling die onverenigbaar is met hun positie als OCCAR-werknemer. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur leggen deze verklaring af ten overstaan van de Raad. 6. Elke lidstaat verplicht zich ertoe de uitsluitend internationale aard van de functies van de Directeur en van het personeel van het OCCAR-agentschap te eerbiedigen.

Rechtspraak bij dit artikel