**1.** De raadplegingen van de gegevenssets worden gelogd door de Partij die eigenaar is van de apparatuur waarmee de raadpleging wordt uitgevoerd. Deze logbestanden worden bewaard gedurende de termijn die daartoe voorzien is in de eigen nationale regelgeving.
**2.** In de mate dat dit eveneens verplicht is voor de ambtenaren van de bevoegde dienst of diensten van de Partij die de betreffende databank beheert, vermelden de ambtenaren die een databank van de andere Partij raadplegen daarbij telkens de reden voor deze raadpleging volgens de regels die voor deze databank gelden.
**3.** Verdere verwerkingen van geraadpleegde gegevens door de bevoegde dienst die de gegevens geraadpleegd heeft of door een andere bevoegde dienst van dezelfde Partij worden gelogd door de bevoegde dienst die deze verwerking uitvoert.
**4.** De Partijen monitoren actief de raadplegingen en verdere verwerkingen, al dan niet op basis van logging. Ze voeren daartoe onder meer minstens één maal per jaar proactieve steekproefcontroles uit.
**5.** De bevoegde diensten verstrekken de loggegevens aan de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van beide Partijen zoals bedoeld in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680, zodra deze daar om verzoeken.
**6.** Bij signalen of vermoedens van oneigenlijke raadplegingen verstrekt de Partij die de raadpleging in kwestie heeft gelogd de relevante loggegevens aan de Partij wiens bevoegde dienst de gegevens heeft geraadpleegd.
**7.** De verwerkingsverantwoordelijke of -verantwoordelijken van de gegevensset die raadpleegbaar wordt gesteld zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, kunnen bij signalen of vermoedens van oneigenlijk gebruik per direct de autorisatie van de betrokken ambtenaar of de autorisaties van alle ambtenaren van de betrokken bevoegde dienst opschorten of beëindigen.
**8.** De verwerkingsverantwoordelijke of -verantwoordelijken van de gegevensset die raadpleegbaar wordt gesteld, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, houden een register bij van de vastgestelde oneigenlijke raadplegingen, zoals bedoeld in het zesde en zevende lid van onderhavig artikel, dat telkens de aard van de oneigenlijke raadpleging, de aanduiding van de databank in kwestie en de genomen maatregel of maatregelen vermeldt. Deze registers worden aan de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van beide Partijen, zoals bedoeld in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680, bezorgd zodra deze daar om verzoeken.
Artikel 12
Monitoring
Onderdeel van Overeenkomst ter uitvoering van artikel 16 van het tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden op 23 juli 2018 te Brussel gesloten Verdrag inzake politiesamenwerking· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 15 juli 2025