**1.** Voordelen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere verdragsluitende staat, mogen in die andere staat worden belast.
**2.** Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken die deel uitmaken van het vermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat heeft, waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van die vaste inrichting (afzonderlijk of met de gehele onderneming), mogen in die andere staat worden belast.
**3.** Voordelen verkregen door een onderneming van een verdragsluitende staat die schepen of luchtvaartuigen in het internationale verkeer exploiteert uit de vervreemding van dergelijke schepen of luchtvaartuigen, of van roerende zaken die worden gebruikt voor de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen, mogen uitsluitend worden belast in de verdragsluitende staat waarin de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
**4.** Voordelen die een inwoner van een verdragsluitende staat verkrijgt uit de vervreemding van aandelen of van vergelijkbare belangen, zoals belangen in een samenwerkingsverband (partnership) of een trust, mogen in de andere verdragsluitende staat worden belast indien, op enig tijdstip gedurende de periode van 365 dagen voorafgaand aan de vervreemding, meer dan 50 procent van de waarde van die aandelen of vergelijkbare belangen direct of indirect bepaald wordt door onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6, die in die andere verdragsluitende staat gelegen zijn.
**5.** Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, zijn slechts belastbaar in de verdragsluitende staat waarvan de vervreemder inwoner is.
**6.** Indien een natuurlijke persoon inwoner is geweest van een verdragsluitende staat en inwoner is geworden van de andere verdragsluitende staat, belet het vijfde lid de eerstgenoemde staat niet uit hoofde van zijn nationale recht de waardevermeerdering van aandelen, winstbewijzen, koopopties en het vruchtgebruik op aandelen en winstbewijzen van en schuldvorderingen op een lichaam te belasten in de eerstgenoemde staat. In dat geval wordt de waardevermeerdering van vermogen, belast in de eerstgenoemde staat, niet begrepen in de belastinggrondslag bij de vaststelling van de waardevermeerdering van het vermogen door de andere staat. Vaststelling en invordering van belasting zijn niet mogelijk tot en met tien jaar na het jaar van emigratie.
Artikel 13
Vermogenswinsten
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Suriname tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting· Belastingrecht