Naar hoofdinhoud
1. Niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag, wordt een voordeel uit hoofde van dit Verdrag niet toegekend met betrekking tot een inkomensbestanddeel indien, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs kan worden geconcludeerd dat het verkrijgen van dat voordeel een van de voornaamste doelen was van een constructie of transactie die direct of indirect tot dat voordeel heeft geleid, tenzij wordt vastgesteld dat het toekennen van dat voordeel in die omstandigheden in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en doel van de relevante bepalingen van dit Verdrag. 2. Indien een persoon een voordeel uit hoofde van dit Verdrag wordt geweigerd ingevolge het eerste lid, dient de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende staat die het voordeel anders zou hebben toegekend deze persoon desalniettemin te behandelen alsof deze recht heeft op dit voordeel of op andere voordelen ter zake van een specifiek inkomensbestanddeel, indien deze bevoegde autoriteit, op verzoek van deze persoon en na bestudering van de relevante feiten en omstandigheden, vaststelt dat deze voordelen zouden zijn verleend bij het ontbreken van de transactie of constructie bedoeld in het eerste lid. 3. De bevoegde autoriteit van een verdragsluitende staat raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere staat alvorens een voordeel uit hoofde van het eerste of tweede lid af te wijzen. 4. Zolang een van de verdragsluitende staten op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting dat is gesloten tussen een van de verdragsluitende staten en een derde staat, het voorkomen van verdragsmisbruik anders formuleert dan in dit Verdrag, kunnen inwoners van elk van de verdragsluitende staten de bepaling van het eerste lid vervangen door de bepalingen inzake verdragsmisbruik van het verdrag tussen een van de verdragsluitende staten en de derde staat, mits laatstgenoemde bepalingen voldoen aan de voorwaarden van artikel 7 van het Multilateraal Verdrag ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving van 24 november 2016.

Rechtspraak bij dit artikel