Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 10

Bewijskracht van de vrachtbrief

Onderdeel van Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen· Arbitrage

1. De overeenkomstig artikel 5, derde lid, ondertekende vrachtbrief levert volledig bewijs, behoudens tegenbewijs, van het sluiten en de voorwaarden van de vervoerovereenkomst en de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder. 2. Indien de overeenkomstig artikel 5, derde lid, ondertekende vrachtbrief geen specifieke voorbehouden van de vervoerder bevat, wordt ervan uitgegaan, behoudens tegenbewijs, dat de goederen en de verpakking ervan zich kennelijk in een goede en geschikte staat bevonden om te worden vervoerd op het moment dat zij door de vervoerder in ontvangst werden genomen. 3. Indien de vervoerder de goederen heeft geladen of heeft onderzocht, levert de vrachtbrief, behoudens tegenbewijs, volledig bewijs van de staat van de goederen en de verpakking ervan die op de vrachtbrief is vermeld, of, bij gebreke van dergelijke aanduidingen, van hun ogenschijnlijk goede en geschikte staat op het moment dat zij door de vervoerder in ontvangst zijn genomen, en van de juistheid van de aanduidingen in de vrachtbrief betreffende het aantal colli, hun merktekens en nummers, alsmede de brutomassa van de goederen of de anderszins uitgedrukte hoeveelheid. De vrachtbrief levert evenwel niet volledig bewijs in het geval dat deze een met redenen omkleed voorbehoud bevat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel