In dit Verdrag wordt verstaan onder:
„vervoerovereenkomst” een overeenkomst op grond waarvan een vervoerder zich ertoe verbindt goederen tegen betaling te vervoeren en deze aan een geadresseerde af te leveren onder de in dit Verdrag bepaalde voorwaarden.
„vervoerder” de contractuele vervoerder of een opvolgende vervoerder.
„contractuele vervoerder” de vervoerder die de vervoerovereenkomst met de afzender heeft gesloten.
„opvolgende vervoerder” een vervoerder die de vervoerovereenkomst niet met de afzender heeft gesloten, maar door het enkele feit dat hij de goederen met de vrachtbrief in ontvangst neemt, partij wordt bij de vervoerovereenkomst.
„afzender” de persoon die de vervoerovereenkomst met de contractuele vervoerder heeft gesloten.
„partijen bij de overeenkomst” de vervoerder en de afzender.
„geadresseerde” de persoon aan wie de vervoerder de goederen overeenkomstig de overeenkomst dient af te leveren.
„rechthebbende” de persoon die het recht heeft over de goederen te beschikken.
„goederen” de koopwaar, handelswaar en zaken van welke aard dan ook tot het vervoer waarvan een vervoerder zich uit hoofde van een vervoerovereenkomst verbindt, met inbegrip van de verpakking en van de uitrusting en intermodale transporteenheid die niet door of namens de vervoerder ter beschikking worden gesteld. Lege wagons kunnen door de partijen bij de overeenkomst ook als goederen worden beschouwd.
„zending” het geheel van goederen dat in het kader van een enkele vervoerovereenkomst dient te worden vervoerd.
„vrachtbrief” een document dat het sluiten en de inhoud van de vervoerovereenkomst bevestigt.
„digitale vrachtbrief” een vrachtbrief in de vorm van een elektronisch gegevensregistratieformulier waarvan de echtheid en integriteit te allen tijde worden gewaarborgd en die dezelfde functies heeft als de vrachtbrief.
„cognossement” een verhandelbaar vervoersdocument betreffende de verplichting van de vervoerder om de goederen aan de cognossementhouder af te leveren.
„elektronisch cognossement” een cognossement in de vorm van een elektronisch gegevensregistratieformulier waarvan de echtheid en integriteit te allen tijde worden gewaarborgd en die dezelfde functies heeft als het cognossement.
„houder” de persoon of partij die in het bezit is van een cognossement.
„kosten in verband met het vervoer” de vervoerskosten en incidentele kosten, douanerechten en andere aanvullende kosten die gerechtvaardigd en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst en die ontstaan vanaf het sluiten van de overeenkomst tot en met de aflevering.
„vervoerskosten” de contractuele vergoeding die aan de vervoerder verschuldigd is voor het uitvoeren van de vervoerovereenkomst.
„tarieven” de prijssystemen van een vervoerder, die wettelijk van kracht zijn of worden bepaald door de kosten van diensten van de vervoerder, op basis waarvan de vervoerskosten in het kader van de vervoerovereenkomst worden gevormd.
„gevaarlijke goederen” de stoffen en voorwerpen waarvan het vervoer is verboden door het Reglement betreffende het internationale spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (RID – Aanhangsel C bij COTIF) of de bepalingen van Bijlage 2 bij het SMGS, of die uitsluitend zijn toegestaan onder de daarin voorgeschreven voorwaarden.
„intermodale transporteenheid” een container, verplaatsbare tank of laadplaat, wissellaadbak, oplegger of andere vergelijkbare laadeenheid die wordt gebruikt voor het vervoer van goederen in intermodaal vervoer.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen· Arbitrage