Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 20

Vermoeden van verlies van de goederen

Onderdeel van Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen· Arbitrage

1. De persoon die het recht heeft om een vordering tegen de vervoerder in te stellen, kan, zonder nader bewijs te hoeven leveren, de goederen als verloren beschouwen wanneer zij niet zijn afgeleverd of voor aflevering aan de geadresseerde zijn aangekomen binnen drie maanden na de afleveringstermijn. 2. Deze persoon kan, na ontvangst van de schadevergoeding voor de ontbrekende goederen, schriftelijk verzoeken hem onmiddellijk in kennis te stellen indien de goederen binnen een jaar na de betaling van de schadevergoeding worden teruggevonden. De vervoerder bevestigt dit verzoek schriftelijk. 3. Binnen dertig dagen na ontvangst van deze kennisgeving kan de persoon die het recht heeft om een vordering tegen de vervoerder in te stellen, verlangen dat de goederen aan hem worden geleverd tegen betaling van de kosten die verschuldigd zijn uit hoofde van de vervoerovereenkomst, alle andere kosten in verband met het vervoer en tegen terugbetaling van de ontvangen schadevergoeding minus, wanneer van toepassing, kosten die eventueel daarin zijn opgenomen. Hij behoudt zijn recht op schadevergoeding wegens vertraging in de aflevering als bedoeld in artikel 25. 4. Bij gebreke van het in het tweede lid van dit artikel bedoelde verzoek of van instructies die zijn gegeven binnen de in het derde lid van dit artikel genoemde termijn, of indien de goederen meer dan een jaar na de betaling van de schadevergoeding worden teruggevonden, heeft de vervoerder het recht deze te behandelen overeenkomstig de wetten en voorschriften die van kracht zijn op de plaats waar de goederen zich bevinden. 5. Elke verplichting van de geadresseerde om de teruggevonden goederen te aanvaarden, is onderworpen aan de wetten die van toepassing zijn op de plaats bestemd voor de aflevering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel