**1.** Elke Partij zorgt ervoor dat een handelsmerk kan komen te vervallen wanneer het merk in een ononderbroken periode van ten minste drie jaar niet normaal op het desbetreffende grondgebied is gebruikt voor de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, en er geen geldige reden is voor niet-gebruik ervan.
**2.** Vervallenverklaring van een handelsmerk kan niet worden gevorderd wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de minimale driejarige periode en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt.
**3.** Het begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden die aan de instelling van een vordering tot vervallenverklaring voorafgaan, met dien verstande dat de periode van drie maanden ten vroegste na het verstrijken van de ononderbroken periode van vijf jaar van het niet gebruiken is ingegaan, wordt echter niet in aanmerking genomen indien de voorbereiding voor het begin van gebruik of het hernieuwde gebruik pas wordt getroffen nadat de merkhouder er kennis van heeft genomen dat de vordering tot vervallenverklaring kan worden ingesteld.
**4.** Een handelsmerk kan eveneens vervallen worden verklaard wanneer het, na de datum waarop het is ingeschreven:
door toedoen of nalaten van de merkhouder tot de in de handel gebruikelijke benaming is geworden van een waar of dienst waarvoor het ingeschreven is;
als gevolg van het gebruik dat ervan wordt gemaakt door de merkhouder of met zijn of haar toestemming, voor de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is, het publiek kan misleiden, met name over de soort, de kwaliteit of plaats van herkomst van die waren of diensten.
TITEL IV › HOOFDSTUK 8 › AFDELING B › ONDERAFDELING 2
Artikel 110
Gronden voor verval
Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds· Financieel en economisch recht