Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 8 › AFDELING C › ONDERAFDELING 2

Artikel 150

Maatregelen aan de grens

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, stelt elke Partij procedures in, of handhaaft deze, op grond waarvan een houder van een recht een verzoek kan indienen waarbij de douaneautoriteiten worden verzocht goederen vast te houden of de vrijgave ervan op te schorten wanneer een inbreuk wordt vermoed op intellectuele-eigendomsrechten, met name handelsmerken, auteursrechten en naburige rechten, geografische aanduidingen, octrooien, gebruiksmodellen, tekeningen of modellen van nijverheid, topografieën van geïntegreerde schakelingen en kwekersrechten (hierna „verdachte goederen” genoemd). 2. Elke Partij beschikt over elektronische systemen voor het beheer van de ingewilligde of geregistreerde verzoeken door de douaneautoriteiten. Uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst voorziet de Kirgizische Republiek in dergelijke elektronische systemen. 3. Wanneer een Partij een vergoeding in rekening brengt voor de administratieve kosten die voortvloeien uit het verzoek of de registratie, staat die vergoeding in verhouding tot de verleende dienst en de gemaakte kosten. 4. Elke Partij zorgt ervoor dat haar douaneautoriteiten binnen een redelijke termijn overeenkomstig haar wetgeving beslissen over de inwilliging of registratie van een verzoek. 5. Elke Partij zorgt ervoor dat een verzoek als bedoeld in lid 1 van toepassing is op meervoudige zendingen. 6. Elke Partij ziet erop toe dat haar douaneautoriteiten met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, op eigen initiatief kunnen optreden om verdachte goederen vast te houden of de vrijgave ervan op te schorten. 7. Elke Partij zorgt ervoor dat haar douaneautoriteiten risicoanalyse gebruiken om verdachte goederen te identificeren. 8. Elke Partij beschikt over procedures voor de vernietiging van verdachte goederen, zonder dat voorafgaande administratieve of gerechtelijke procedures nodig zijn voor de formele vaststelling van de inbreuken, met name indien de betrokken personen instemmen met of geen bezwaar maken tegen de vernietiging. In gevallen waar verdachte goederen waarvan is bepaald dat zij een inbreuk maken, niet worden vernietigd, zorgt elke Partij ervoor dat die goederen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, op zodanige wijze aan het verkeer worden onttrokken dat nadeel voor de houder van het recht wordt vermeden. 9. Wanneer vervolgens wordt vastgesteld dat de vastgehouden of geschorste goederen geen inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, is de houder van het recht aansprakelijk jegens elke houder of aangever van de goederen die in dit verband schade heeft geleden, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van elke Partij. 10. Het is elke Partij toegestaan over procedures te beschikken voor de snelle vernietiging van nagemaakte merkartikelen en door piraterij verkregen goederen die in post- of expreskoerierszendingen worden verzonden. 11. Elke Partij kan besluiten dit artikel niet toe te passen op de invoer van goederen die door of met toestemming van de houders van het recht in een ander land in de handel zijn gebracht. Een Partij kan goederen van niet-commerciële aard die zich in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden, van de toepassing van dit artikel uitsluiten. 12. Elke Partij ziet erop toe dat haar douaneautoriteiten een regelmatige dialoog aangaan en de samenwerking bevorderen met de desbetreffende belanghebbenden en met andere instanties die betrokken zijn bij de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. 13. De Partijen werken samen met betrekking tot de internationale handel in verdachte goederen. De Partijen komen met name overeen informatie uit te wisselen over de handel in verdachte goederen die gevolgen heeft voor de andere Partij, onverminderd de respectievelijk toepasselijke wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens in elke Partij. 14. Onverminderd andere vormen van samenwerking is het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken van toepassing op inbreuken op de wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten voor de handhaving waarvan de douaneautoriteiten overeenkomstig dit artikel bevoegd zijn. 15. Het in artikel 154 bedoelde subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten is verantwoordelijk voor de goede werking en uitvoering van dit artikel, met name wat betreft de samenwerking tussen de Partijen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel