Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 14 › AFDELING D

Artikel 235

Inleiding van de bemiddelingsprocedure

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij kan te allen tijde verzoeken om aan een bemiddelingsprocedure deel te nemen met betrekking tot een maatregel die de handel of de investeringen tussen de Partijen ongunstig beïnvloedt. 2. Het in lid 1 bedoelde verzoek wordt gedaan door middel van een schriftelijk verzoek aan de andere Partij. In het verzoek worden de bezwaren van de verzoekende Partij duidelijk en voldoende gedetailleerd uiteengezet en: wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat; wordt uiteengezet wat volgens de verzoekende Partij de negatieve gevolgen van de maatregel voor de handel of de investeringen tussen de Partijen zijn of zullen zijn; en wordt toegelicht wat volgens de verzoekende Partij het verband tussen die gevolgen en de maatregel is. 3. De bemiddelingsprocedure kan slechts met wederzijdse instemming van de Partijen worden ingeleid, teneinde onderling overeengekomen oplossingen te onderzoeken en adviezen en voorstellen voor oplossingen van de bemiddelaar in overweging te nemen. De Partij waaraan het verzoek tot inleiding van een bemiddelingsprocedure is gericht, neemt het verzoek in welwillende overweging en doet de verzoekende Partij binnen 10 dagen na de datum van indiening haar schriftelijke aanvaarding of afwijzing toekomen. Indien de Partij waaraan het verzoek is gericht, haar schriftelijke aanvaarding of afwijzing niet binnen die termijn heeft ingediend, wordt het verzoek geacht te zijn afgewezen.

Rechtspraak bij dit artikel