Naar hoofdinhoud
1. De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die nodig zijn om hun verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst na te komen. 2. Indien een van de Partijen van oordeel is dat de andere Partij een van de verplichtingen uit hoofde van titel IV niet is nagekomen, zijn de specifieke mechanismen van die titel van toepassing. 3. Indien een van de Partijen van oordeel is dat de andere Partij een van de verplichtingen die in de artikelen 2 en 11 als essentiële elementen van deze Overeenkomst zijn omschreven, niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Voor de toepassing van dit lid kunnen „passende maatregelen” de gehele of gedeeltelijke opschorting van deze Overeenkomst omvatten. 4. Indien een van de Partijen van oordeel is dat de andere Partij een van de verplichtingen van deze Overeenkomst, met uitzondering van die welke onder de leden 2 en 3 van dit hoofdstuk vallen, niet is nagekomen, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis. De Partijen plegen onder auspiciën van de Samenwerkingsraad overleg om tot een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te komen. Als de Samenwerkingsraad er niet in slaagt een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden, kan de kennisgevende Partij passende maatregelen treffen. Voor de toepassing van dit lid kunnen „passende maatregelen” uitsluitend de opschorting van de titel I, II, III, V of VI, of van deze titel omvatten. 5. De in de leden 3 en 4 bedoelde passende maatregelen worden getroffen met volledige inachtneming van het internationaal recht en staan in verhouding tot de niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst. Prioriteit moet worden gegeven aan die maatregelen die de werking van deze Overeenkomst het minst verstoren.

Rechtspraak bij dit artikel