Naar hoofdinhoud

TITEL VII

Artikel 318

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de Partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun respectieve, daartoe vereiste interne procedures. 2. Onverminderd lid 1 kunnen de Partijen deze Overeenkomst geheel of gedeeltelijk voorlopig toepassen overeenkomstig hun respectieve interne procedures. De voorlopige toepassing vangt aan op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de Europese Unie en de Kirgizische Republiek elkaar in kennis hebben gesteld van het volgende: voor de Europese Unie: dat de voor de voorlopige toepassing vereiste interne procedures zijn voltooid, onder vermelding van de delen van de Overeenkomst die op voorlopige basis worden toegepast; en voor de Kirgizische Republiek: dat de voor de voorlopige toepassing vereiste interne procedures zijn voltooid, onder bevestiging van de instemming met de delen van deze Overeenkomst die op voorlopige basis worden toegepast. 3. Elk van de Partijen kan de andere Partij schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen om de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst te beëindigen. De beëindiging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op die kennisgeving. 4. Voor de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst, wordt onder „inwerkingtreding van deze Overeenkomst” verstaan: de datum van voorlopige toepassing. De Samenwerkingsraad en andere uit hoofde van deze Overeenkomst opgerichte organen kunnen hun taken uitoefenen tijdens de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst, voor zover deze taken noodzakelijk zijn om de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst te waarborgen. Alle in de uitoefening van deze taken genomen besluiten houden op gevolgen te hebben wanneer de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst wordt beëindigd overeenkomstig lid 3. 5. Indien een bepaling uit deze Overeenkomst in overeenstemming met lid 2 door de Partijen in afwachting van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt toegepast, wordt elke verwijzing in die bepaling naar de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst beschouwd als verwijzing naar de datum met ingang waarvan de Partijen overeenkomen die bepaling overeenkomstig lid 2 op voorlopige basis toe te passen. 6. Kennisgevingen overeenkomstig dit artikel worden, wat de Europese Unie en haar lidstaten betreft, gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en, wat de Kirgizische Republiek betreft, aan het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Rechtspraak bij dit artikel