Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
„audiovisueel werk”: een samenstelling van beelden of van beelden en geluiden, die op een drager zijn vastgelegd, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, speelfilms, documentaires, animatiefilms en digitale producties; hieronder zijn evenwel niet begrepen items die buiten de reikwijdte vallen van de wet- en regelgeving die van toepassing is op de audiovisuele industrie van een van de partijen;
„coproducent”: audiovisueel productiebedrijf uit de Republiek Indonesië of audiovisueel productiebedrijf uit het Koninkrijk der Nederlanden dat betrokken is bij het maken van een gecoproduceerd audiovisueel werk, of omvat, met betrekking tot coproducties met derden ingevolge artikel 6, een audiovisueel productiebedrijf of persoon die geen onderdanen van een van de partijen zijn; en
„gecoproduceerd audiovisueel werk”: een audiovisueel werk dat door één of meer Indonesische producenten in samenwerking met één of meer Nederlandse producenten is gemaakt door middel van een gezamenlijke investering, en omvat een gecoproduceerd audiovisueel werk met derden zoals bepaald in artikel 6.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake audiovisuele coproductie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 4 februari 2026