Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 10 › AFDELING B

Artikel 10.25

Weigering van verzoeken om preferentiële tariefbehandeling

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Onverminderd de vereisten van de leden 3 tot en met 5 kan de douaneautoriteit van de invoerende Partij weigeren een preferentiële tariefbehandeling toe te kennen indien: binnen een termijn van drie maanden na het verzoek om informatie op grond van artikel 10.22, lid 1: de importeur geen antwoord heeft verstrekt; in gevallen waarin het verzoek om preferentiële tariefbehandeling is gebaseerd op een attest van oorsprong overeenkomstig artikel 10.16, lid 2, punt a), het attest van oorsprong niet werd verstrekt; of in gevallen waarin het verzoek om preferentiële tariefbehandeling op de aan de importeur bekende informatie als bedoeld in artikel 10.16, lid 2, punt b), is gebaseerd, de door de importeur verstrekte informatie niet volstaat om de oorsprongsstatus van het product te bevestigen; binnen een termijn van drie maanden na het verzoek om aanvullende informatie op grond van artikel 10.22, lid 5: de importeur geen antwoord heeft verstrekt; of de door de importeur verstrekte informatie niet volstaat om te bevestigen dat het product van oorsprong is; binnen een termijn van tien maanden na het verzoek om informatie op grond van artikel 10.23, lid 2: de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij geen antwoord heeft verstrekt; of de door de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij verstrekte informatie ontoereikend is om de oorsprongsstatus van het product te kunnen bevestigen. 2. De douaneautoriteit van de invoerende Partij kan een verzoek om preferentiële tariefbehandeling weigeren indien de importeur die om preferentiële tariefbehandeling verzoekt niet aan andere vereisten van dit hoofdstuk dan die welke betrekking hebben op de oorsprongsstatus van de producten voldoet. 3. Als de douaneautoriteit van de invoerende Partij over voldoende gronden beschikt om een verzoek om preferentiële tariefbehandeling te weigeren uit hoofde van lid 1 van dit artikel, stelt zij, in gevallen waarin de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij op grond van artikel 10.23, lid 5, punt b), een advies heeft uitgebracht waarin de oorsprongsstatus van de producten wordt bevestigd, binnen twee maanden na ontvangst van die opinie de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij in kennis van haar voornemen om het verzoek om preferentiële tariefbehandeling te weigeren. 4. Indien de in lid 3 bedoelde kennisgeving is gedaan, vindt binnen drie maanden na de datum van die kennisgeving op verzoek van een van de Partijen overleg plaats. De termijn voor overleg kan in onderlinge overeenstemming tussen de douaneautoriteiten van de Partijen per geval worden verlengd. Het overleg kan plaatsvinden volgens de procedure die is vastgesteld door het in artikel 10.31 bedoelde subcomité. 5. Na het verstrijken van de termijn voor overleg weigert de douaneautoriteit van de invoerende Partij het verzoek om preferentiële tariefbehandeling slechts indien zij de oorsprongsstatus van het product niet kan bevestigen en nadat zij de importeur in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel