Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 11

Artikel 11.3

Douanesamenwerking

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De respectieve douaneautoriteiten van de Partijen werken samen op douanegebied om de doelstellingen van artikel 11.1 te bereiken. 2. De Partijen ontwikkelen een samenwerking, onder meer door: uitwisseling van informatie betreffende de douanewet- en regelgeving, de uitvoering ervan en de douaneprocedures, in het bijzonder op de volgende gebieden: vereenvoudiging en modernisering van de douaneprocedures; handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten; vergemakkelijking van doorvoer en overlading; betrekkingen met het bedrijfsleven; en veiligheid van de toeleveringsketen en risicobeheer; samen te werken inzake de douanegerelateerde aspecten van de beveiliging en vergemakkelijking van internationale handelstoeleveringsketen overeenkomstig het in juni 2005 aangenomen SAFE Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade van de Werelddouaneorganisatie („WDO”); de ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven te overwegen op het gebied van invoer-, uitvoer- en andere douaneprocedures, met inbegrip van de uitwisseling van beste praktijken en technische bijstand, en het bedrijfsleven een doeltreffende dienstverlening aan te bieden; een dergelijke samenwerking kan uitwisselingen omvatten over douanelaboratoria, de opleiding van douanebeambten en nieuwe technologieën voor douanecontroles en -procedures; hun samenwerking binnen internationale organisaties als de WTO en de WDO op het gebied van douane te versterken; waar nodig en passend een wederzijdse erkenning van programma’s inzake geautoriseerde marktdeelnemers op te zetten, met inbegrip van gelijkwaardige maatregelen voor handelsbevordering; uitwisselingen te houden over risicobeheertechnieken, risiconormen en veiligheidscontroles om, voor zover praktisch mogelijk, minimumnormen voor risicobeheertechnieken en daarmee samenhangende vereisten en programma’s vast te stellen; te streven naar harmonisering van hun gegevensvereisten met betrekking tot invoer-, uitvoer- en andere douaneprocedures, door gemeenschappelijke normen en gegevenselementen toe te passen overeenkomstig het Data Model van de WDO; hun respectieve ervaringen bij de ontwikkeling en uitrol van hun éénloketsystemen te delen en, waar passend, gemeenschappelijke reeksen van gegevenselementen te ontwikkelen voor die systemen; een dialoog tussen elkaars beleidsdeskundigen te onderhouden om het nut, de efficiëntie en de toepasbaarheid van voorafgaande besluiten voor douaneautoriteiten en handelaren te bevorderen; en waar relevant en passend, door middel van gestructureerde en terugkerende communicatie tussen hun douaneautoriteiten, bepaalde categorieën douanegerelateerde informatie uit te wisselen voor specifieke doeleinden, met name met het oog op het verbeteren van het risicobeheer en de doeltreffendheid van douanecontroles, het aanpakken van risicogoederen wat betreft belastinginning of veiligheid en zekerheid, en het vergemakkelijken van de legitieme handel; een dergelijke uitwisseling laat de uitwisseling van informatie die tussen de Partijen kan plaatsvinden op grond van het Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst onverlet. 3. Op elke uitwisseling van informatie tussen de Partijen uit hoofde van dit hoofdstuk zijn de voorschriften voor de geheimhouding van informatie en de bescherming van persoonsgegevens zoals vervat in artikel 12 van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst alsook alle vereisten inzake vertrouwelijkheid en privacy in de wet- en regelgeving van de Partijen, overeenkomstig van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel