Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 12 › AFDELING C › ONDERAFDELING 2

Artikel 12.18

Onderzoek

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Een Partij past een bilaterale vrijwaringsmaatregel slechts toe nadat haar bevoegde onderzoekende autoriteit een onderzoek heeft verricht overeenkomstig artikel 3, lid 1, en artikel 4, lid 2, punt c), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Daartoe worden artikel 3, lid 1, en artikel 4, lid 2, punt c), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij integrerend deel daarvan uit. 2. In het kader van het in lid 1 bedoelde onderzoek voldoet de Partij aan artikel 4, lid 2, punt a), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Daartoe wordt artikel 4, lid 2, punt a), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maakt het integrerend deel daarvan uit. 3. Indien een Partij op grond van lid 1 van dit artikel en artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen een kennisgeving doet dat zij een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast of verlengt, vermeldt zij in haar kennisgeving: bewijs voor ernstige schade of dreiging daarvan, die wordt veroorzaakt door toegenomen invoer van een goed van oorsprong uit de andere Partij, als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst; uit het onderzoek moet op basis van objectief bewijsmateriaal blijken dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de toename van de invoer van het betrokken goed en de ernstige schade of de dreiging daarvan; andere bekende factoren dan de toename van de invoer moeten ook worden onderzocht om te voorkomen dat de door die andere factoren veroorzaakte ernstige schade of dreiging daarvan aan de toename van de invoer wordt toegeschreven; een nauwkeurige omschrijving van het van oorsprong zijnde goed dat voorwerp van de bilaterale vrijwaringsmaatregel is, met inbegrip van de desbetreffende post of onderverdeling in de GS-code waarop de lijsten van tariefverbintenissen van bijlage 9 zijn gebaseerd; een nauwkeurige beschrijving van de bilaterale vrijwaringsmaatregel; de datum van invoering van de bilaterale vrijwaringsmaatregel, de verwachte duur ervan en, indien van toepassing, een tijdschema voor de geleidelijke liberalisering van de maatregel, overeenkomstig artikel 12.11, lid 3; en in geval van verlenging van de bilaterale vrijwaringsmaatregel, bewijs waaruit blijkt dat de betrokken interne bedrijfstak aanpassingen doorvoert. 4. Op verzoek van de Partij waarvan het goed voorwerp van een bilaterale vrijwaringsprocedure uit hoofde van deze afdeling is, biedt de Partij die die vrijwaringsprocedure voert de gelegenheid voor overleg met de Partij die daarom verzoekt met het oog op het beoordelen van een kennisgeving uit hoofde van lid 1 of openbare aankondigingen of verslagen van de bevoegde onderzoekende autoriteit in verband met de vrijwaringprocedure. 5. Elke Partij waarborgt dat haar bevoegde onderzoekende autoriteit onderzoeken op grond van dit artikel afsluit binnen twaalf maanden na de datum waarop ze zijn geopend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel