**1.** De Partijen erkennen dat antimicrobiële resistentie een ernstige bedreiging voor de gezondheid van mens en dier vormt en dat het gebruik, met name het verkeerd gebruik van antimicrobiële stoffen bij dieren, een bijdrage levert aan de algemene ontwikkeling van antimicrobiële resistentie en een groot risico vormt voor de volksgezondheid. De Partijen erkennen dat de aard van de bedreiging een transnationale benadering vereist.
**2.** Elke Partij bouwt het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen als groeibevorderaars geleidelijk af.
**3.** Elke Partij onderneemt in overeenstemming met de „één-gezondheid”-benadering het volgende:
neemt de bestaande en toekomstige richtsnoeren, normen, aanbevelingen en acties die zijn ontwikkeld in relevante internationale organisaties in aanmerking bij de ontwikkeling van initiatieven en nationale plannen ter bevordering van het voorzichtige en verantwoorde gebruik van antimicrobiële middelen bij de dierlijke productie en in de diergeneeskunde;
bevordert, indien de Partijen gezamenlijk daartoe beslissen, verantwoord en verstandig gebruik van antimicrobiële middelen, waaronder het beperken van het gebruik van antimicrobiële middelen in de dierlijke productie en het geleidelijk afbouwen van het gebruik van antimicrobiële middelen als groeibevorderaars in de dierlijke productie; en
ondersteunt de ontwikkeling en uitvoering van internationale actieplannen inzake de strijd tegen antimicrobiële resistentie indien de Partijen dat passend achten.
**4.** Op grond van artikel 40.3, lid 3, kan de Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité een technische werkgroep oprichten om het in artikel 14.8 bedoelde subcomité te ondersteunen bij de uitvoering van dit artikel.
DEEL III › HOOFDSTUK 14
Artikel 14.7
Strijd tegen antimicrobiële resistentie
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht