Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING C

Artikel 17.23

Verhouding tot andere overeenkomsten

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Zodra deze overeenkomst in werking treedt, zijn de in bijlage 17-F genoemde tussen de lidstaten en Chili gesloten overeenkomsten, met inbegrip van de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen, niet langer van kracht; zij komen te vervallen en worden door dit deel van deze overeenkomst vervangen. 2. In geval van voorlopige toepassing van de afdelingen C en D van dit hoofdstuk overeenkomstig artikel 41.5, lid 2, wordt de toepassing van de in bijlage 17-F vermelde overeenkomsten, met inbegrip van de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen, geschorst vanaf de datum met ingang waarvan de Partijen de afdelingen C en D van dit hoofdstuk voorlopig toepassen overeenkomstig artikel 41.5. Indien de voorlopige toepassing van die afdelingen wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt, wordt de schorsing beëindigd en worden de in bijlage 17-F vermelde overeenkomsten weer van kracht. 3. Niettegenstaande de leden 1 en 2 kan op grond van een in bijlage 17-F genoemde overeenkomst overeenkomstig de in die overeenkomst neergelegde voorschriften en procedures een vordering worden ingesteld op voorwaarde dat: de vordering voortvloeit uit een vermeende schending van die overeenkomst die plaatsvond vóór de datum van schorsing van de overeenkomst op grond van lid 2 of, wanneer die overeenkomst niet wordt geschorst op grond van lid 2, vóór de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst; en niet meer dan drie jaar zijn verstreken vanaf de datum van schorsing van de overeenkomst op grond van lid 2 of, wanneer die overeenkomst niet wordt geschorst op grond van lid 2, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst tot de datum van instelling van de vordering. 4. Niettegenstaande de leden 1 en 2 kan, wanneer de voorlopige toepassing van de afdelingen C en D van dit hoofdstuk wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt, op grond van deze overeenkomst overeenkomstig de in deze overeenkomst neergelegde voorschriften en procedures een vordering worden ingesteld op voorwaarde dat: de vordering voortvloeit uit een vermeende inbreuk op deze overeenkomst die plaatsvond tijdens de voorlopige toepassing van de afdelingen C en D van dit hoofdstuk; en niet meer dan drie jaar zijn verstreken sinds de datum van beëindiging van de voorlopige toepassing tot de datum van instelling van de vordering. 5. De definitie van „inwerkingtreding van deze overeenkomst” in artikel 41.5 geldt niet voor de toepassing van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel