Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK 2

Artikel 2.8

Handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens, lichte wapens en andere conventionele wapens en munitie daarvoor, alsook de buitensporige accumulatie, het slechte beheer en de ongecontroleerde verspreiding ervan, alsook inadequaat beveiligde voorraden, een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen. 2. De Partijen komen overeen dat zij hun respectieve verplichtingen met betrekking tot de aanpak van alle aspecten van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens en munitie daarvoor zullen uitvoeren, in het kader van de bestaande internationale verdragen, het VN-Protocol tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, aangenomen bij Resolutie 55/255 van de VN van 31 mei 2001, en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dat gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten dat op 20 juli 2001 is goedgekeurd. 3. De Partijen erkennen het belang van interne controlesystemen voor de overdracht van conventionele wapens overeenkomstig de geldende internationale normen en voorschriften. De Partijen onderkennen dat het van belang is die controles op verantwoordelijke wijze toe te passen en aldus bij te dragen tot de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit, en tot het verminderen van menselijk leed, en te helpen voorkomen dat conventionele wapens op de illegale markt belanden. 4. In dat verband verplichten de Partijen zich ertoe het Wapenhandelsverdrag, aangenomen te New York op 2 april 2013, volledig uit te voeren en in het kader van dat verdrag met elkaar samen te werken, ook wat betreft het bevorderen van de universalisering van dat verdrag en van de volledige uitvoering ervan door alle VN-lidstaten. 5. De Partijen verplichten zich er daarom toe met elkaar samen te werken en te zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie bij het opstellen of verbeteren van de regelgeving voor de internationale handel in conventionele wapens, en bij het voorkomen, bestrijden en uitroeien van de illegale wapenhandel.

Rechtspraak bij dit artikel