Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 21

Artikel 21.1

Wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een Partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven. 2. Elke Partij moedigt de beroepsorganisaties of autoriteiten die relevant zijn voor de betrokken sector van activiteit op haar grondgebied aan om gezamenlijke aanbevelingen inzake de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties op te stellen en te verstrekken aan het in artikel 18.10 genoemde Subcomité Diensten en investeringen. Dergelijke gezamenlijke aanbevelingen worden ondersteund door een empirisch onderbouwde beoordeling van: de economische waarde van een voorgenomen regeling inzake de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties (hierna „regeling inzake wederzijdse erkenning” genoemd); en de verenigbaarheid van de respectieve regelingen, dat wil zeggen de mate waarin de door elke Partij toegepaste vereisten inzake vergunningverlening, licentieverlening, exploitatie en certificering verenigbaar zijn. 3. Na ontvangst van een gezamenlijke aanbeveling beoordeelt het Subcomité Diensten en investeringen binnen een redelijke termijn of die aanbeveling verenigbaar is met dit deel van deze overeenkomst. Na die beoordeling kan dat subcomité een besluit over een regeling inzake wederzijdse erkenning opstellen en de Gezamenlijke Raad aanbevelen dat besluit op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), aan te nemen, teneinde de in bijlage 21-B vermelde regelingen inzake wederzijdse erkenning vast te stellen of te wijzigen74) Voor alle duidelijkheid: regelingen inzake wederzijdse erkenning leiden niet tot automatische erkenning van kwalificaties, maar stellen, in het wederzijdse belang van de Partijen, de voorwaarden vast voor de bevoegde autoriteiten die dergelijke kwalificaties erkennen.. 4. Een in lid 3 van dit artikel bedoelde regeling bevat de voorwaarden voor de erkenning van in de EU-Partij verworven beroepskwalificaties en in Chili verworven beroepskwalificaties die verband houden met een door hoofdstuk 17, 18, 19 of 26 bestreken activiteit. 5. De richtsnoeren voor regelingen inzake de erkenning van beroepskwalificaties in bijlage 21-A worden in aanmerking genomen bij de opstelling van de in lid 2 van dit artikel bedoelde gezamenlijke aanbevelingen, en door de Gezamenlijke Raad bij de beoordeling of de regeling moet worden aangenomen als bedoeld in lid 3 van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel