Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 23

Artikel 23.6

Toegang en gebruik

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij ziet erop toe dat alle dienstverleners uit de andere Partij op redelijke en niet-discriminerende78) Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „niet-discriminerend” verstaan: meestbegunstigingsbehandeling en nationale behandeling als omschreven in de artikelen 17.9, 17.11, 18.4 en 18.5, alsook onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke in soortgelijke situaties worden toegekend aan andere gebruikers van soortgelijke openbare telecommunicatienetwerken of -diensten. voorwaarden toegang krijgen tot en gebruik kunnen maken van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten overeenkomstig, onder meer, de leden 2 tot en met 5. 2. Elke Partij ziet erop toe dat elke dienstverlener uit de andere Partij toegang heeft tot en gebruik kan maken van alle openbare telecommunicatiediensten die binnen of over haar grenzen worden aangeboden, met inbegrip van particuliere huurlijnen, en zorgt er daartoe voor, met inachtneming van lid 5, dat het dergelijke dienstverleners is toegestaan om: eind- of andere apparatuur die met het netwerk verbonden is en die nodig is om hun diensten te verlenen, te kopen of huren en aan dat netwerk te koppelen; eigen of gehuurde particuliere lijnen te verbinden met openbare telecommunicatienetwerken of met lijnen die worden gehuurd door of in eigendom zijn van een andere aanbieder van telecommunicatiediensten; en exploitatieprotocollen van hun keuze te gebruiken voor de verlening van alle diensten, andere dan die welke noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat telecommunicatiediensten voor het algemene publiek beschikbaar zijn. 3. Elke Partij ziet erop toe dat een dienstverlener uit de andere Partij openbare telecommunicatienetwerken of -diensten kan gebruiken voor het verkeer van informatie op haar grondgebied en over haar grenzen heen, daarbij inbegrepen de interne bedrijfscommunicatie van die dienstverlener, en voor toegang tot informatie in gegevensbestanden of tot informatie die op andere wijze in machineleesbare vorm is opgeslagen op het grondgebied van een van de Partijen. 4. Niettegenstaande lid 3 kan een Partij de nodige maatregelen nemen om de veiligheid en vertrouwelijkheid van de communicatie te waarborgen, mits die maatregelen niet op zodanige wijze worden toegepast dat zij een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie dan wel een verkapte beperking van de handel in diensten vormen. 5. Elke Partij ziet erop toe dat voor de toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied uitsluitend voorwaarden worden gesteld die noodzakelijk zijn: ter vrijwaring van de verantwoordelijkheid als openbare instantie van aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten en met name hun bevoegdheid hun diensten aan het algemene publiek ter beschikking te stellen; of ter bescherming van de technische integriteit van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten.

Rechtspraak bij dit artikel