**1.** Hoofdstuk 20, met uitzondering van artikel 20.1, lid 5, punten c) tot en met f), en hoofdstuk 36 zijn niet van toepassing op maatregelen van een Partij binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk.
**2.** Voor zover uitvoerbaar en op een wijze die verenigbaar is met haar rechtsstelsel voor de vaststelling van maatregelen, geldt dat elke Partij:
het volgende vooraf bekendmaakt:
de wet- en regelgeving van algemene strekking die zij voornemens is vast te stellen met betrekking tot aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen; of
documenten die voldoende details verschaffen over dergelijke mogelijke nieuwe wet- of regelgeving om belangstellenden en de andere Partij in staat te stellen te beoordelen of en hoe hun belangen aanzienlijk kunnen worden beïnvloed;
belanghebbenden en de andere Partij een redelijke gelegenheid biedt om opmerkingen te maken over de op grond van punt a) bekendgemaakte voorgestelde wet- en regelgeving of documenten;
de overeenkomstig punt b) ingediende opmerkingen in overweging neemt; en
een redelijke termijn laat tussen de bekendmaking van wet- en regelgeving op grond van punt a), i), en de datum waarop verleners van financiële diensten daaraan moeten voldoen.
**3.** Dit artikel is van toepassing op maatregelen van een Partij in verband met vergunningsvereisten en -procedures en kwalificatievereisten en -procedures, en is uitsluitend van toepassing op sectoren waarvoor de Partij specifieke verbintenissen is aangegaan uit hoofde van dit hoofdstuk, en voor zover die specifieke verbintenissen van toepassing zijn.
**4.** Indien een Partij maatregelen vaststelt of handhaaft met betrekking tot vergunningen voor het verlenen van een financiële dienst, zorgt zij ervoor dat:
die maatregelen zijn gebaseerd op objectieve en transparante criteria86) Dergelijke criteria kunnen onder meer betrekking hebben op de bekwaamheid en het vermogen om een dienst te verlenen, onder meer het vermogen om dat te doen op een wijze die in overeenstemming is met de wettelijke vereisten van een Partij. De bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen welk gewicht aan elk criterium moet worden toegekend.;
de vergunningsprocedures onpartijdig zijn en toereikend om de aanvragers in staat te stellen aan te tonen of zij aan de eisen voldoen, indien dergelijke eisen bestaan; en
de vergunningsprocedures als zodanig niet op ongerechtvaardigde wijze verhinderen dat aan de eisen wordt voldaan.
**5.** Indien een Partij een vergunning87) Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „vergunning” verstaan de toestemming om een financiële dienst te verlenen die voortvloeit uit een procedure die een aanvrager moet volgen om aan te tonen dat hij voldoet aan vergunnings- of kwalificatievereisten. vereist voor de levering van een financiële dienst, publiceert zij onverwijld de informatie, of maakt zij die anderszins openbaar, die de aanvrager nodig heeft om te voldoen aan de vereisten en procedures om die vergunning te verkrijgen, behouden, wijzigen en verlengen. Die informatie omvat onder meer, voor zover beschikbaar:
de vereisten en procedures voor het verkrijgen, behouden, wijzigen en verlengen van die vergunning;
contactgegevens van de relevante bevoegde autoriteiten;
procedures voor het instellen van hoger beroep tegen of het toetsen van beslissingen inzake aanvragen;
procedures voor het toezicht op of de handhaving van de naleving van de voorwaarden van vergunningen en kwalificaties; en
mogelijkheden voor inspraak van het publiek, bijvoorbeeld via hoorzittingen of opmerkingen.
**6.** Indien een Partij een vergunning nodig heeft voor het verlenen van een financiële dienst, moeten de bevoegde autoriteiten van die Partij:
voor zover praktisch uitvoerbaar, een aanvrager toestaan een aanvraag in te dienen op elk moment in het jaar88) Voor alle duidelijkheid: de bevoegde autoriteiten hoeven de behandeling van aanvragen niet in gang te zetten buiten hun officiële werktijden en werkdagen.;
een redelijke termijn hanteren voor het indienen van een aanvraag indien specifieke termijnen voor aanvragen bestaan;
de behandeling van de aanvraag zonder onnodige vertraging in gang zetten;
zich inspannen om aanvragen in elektronische vorm te accepteren onder dezelfde voorwaarden inzake echtheid als gedrukte aanvragen; en
in plaats van originele documenten kopieën aanvaarden van documenten die overeenkomstig het recht van de Partij zijn gewaarmerkt, tenzij de bevoegde autoriteiten originele documenten verlangen om de integriteit van het vergunningsproces te beschermen.
**7.** Elke Partij ziet erop toe dat de vergunningsprocedures en formaliteiten zo eenvoudig mogelijk zijn en de verlening van de financiële dienst niet onnodig bemoeilijken of vertragen.
**8.** Elke Partij zet zich in om het indicatieve tijdschema voor de behandeling van een aanvraag vast te stellen en verstrekt, op verzoek van de aanvrager en zonder onnodige vertraging, informatie over de status van de aanvraag.
**9.** Indien een bevoegde autoriteit van oordeel is dat een aanvraag krachtens de wet- en regelgeving van de Partij onvolledig is zodat die niet in behandeling kan worden genomen, moet de bevoegde autoriteit binnen een redelijke termijn en voor zover praktisch haalbaar:
de aanvrager ervan in kennis stellen dat de aanvraag onvolledig is;
op verzoek van de aanvrager aangeven welke aanvullende informatie nodig is om de aanvraag te vervolledigen of anderszins aangeven waarom de aanvraag als onvolledig wordt beschouwd; en
de aanvrager de mogelijkheid89) Een dergelijke mogelijkheid vereist niet dat een bevoegde autoriteit termijnen verlengt. bieden de aanvullende informatie te verstrekken die nodig is om de aanvraag te vervolledigen.
**10.** Indien geen van de in lid 9, punt a), b) of c), genoemde acties uitvoerbaar is, stellen de bevoegde autoriteiten, indien de aanvraag wegens onvolledigheid wordt afgewezen, de aanvrager niettemin binnen een redelijke termijn daarvan in kennis.
**11.** Elke Partij ziet erop toe dat haar bevoegde autoriteiten, met betrekking tot de vergunningsvergoedingen90) Vergunningsvergoedingen mogen geen vergoedingen voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen omvatten, noch betalingen in verband met veiling, aanbesteding of andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, noch verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst. die zij in rekening brengen, aanvragers een lijst van vergoedingen of informatie verstrekken over de wijze waarop de hoogte van de vergoedingen wordt bepaald, en de vergoedingen niet gebruiken als middel om de verbintenissen of verplichtingen van de Partij te omzeilen.
**12.** Een bevoegde autoriteit is bij haar besluitvorming onafhankelijk en is geen verantwoording verschuldigd aan verleners van de diensten waarvoor de vergunning vereist is.
**13.** Elke Partij ziet erop toe dat de behandeling van een aanvraag, met inbegrip van het definitieve besluit, wordt voltooid binnen een redelijke termijn na de indiening van een volledige aanvraag, en dat de aanvrager in kennis wordt gesteld van het besluit over de aanvraag en dat voor zover mogelijk schriftelijk.
**14.** Indien de bevoegde autoriteit een aanvraag afwijst, wordt de aanvrager daarvan, op eigen verzoek of op initiatief van de bevoegde autoriteit, zonder onnodige vertraging schriftelijk in kennis gesteld. De aanvrager moet voor zover praktisch uitvoerbaar worden geïnformeerd over de redenen voor de afwijzing van de aanvraag en over de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen dat besluit. Een aanvrager moet binnen een redelijke termijn opnieuw een aanvraag kunnen indienen.
**15.** Indien examens vereist zijn voor een vergunning, ziet de bevoegde autoriteit erop toe dat een dergelijke examens met redelijk frequente tussenpozen wordt gepland en stelt zij een redelijke termijn vast waarbinnen aanvragers zich kunnen aanmelden voor de examens.
**16.** Elke Partij ziet erop toe dat een vergunning, eenmaal verleend, zonder onnodige vertraging en overeenkomstig de daarin gestelde voorwaarden in werking treedt.
DEEL III › HOOFDSTUK 25
Artikel 25.13
Interne regelgeving en transparantie
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht