**1.** De Partijen erkennen dat cybercriminaliteit een wereldwijd probleem is, dat een mondiale oplossing vergt.
**2.** De Partijen intensiveren hun samenwerking om cybercriminaliteit te voorkomen en te bestrijden. Daartoe wisselen zij informatie en beste praktijken uit overeenkomstig hun respectieve wetten en internationale verplichtingen, zoals het Verdrag van de Raad van Europa inzake cybercriminaliteit, gedaan te Boedapest op 23 november 2001 („Verdrag van Boedapest”), met volledige inachtneming van de grondrechten en binnen de grenzen van hun verantwoordelijkheid.
**3.** De Partijen wisselen informatie uit over het onderwijs aan en de opleiding van onderzoekers en andere beroepsbeoefenaren of openbare aanklagers die gespecialiseerd zijn in computercriminaliteit en digitaal forensisch onderzoek, en kunnen gezamenlijke opleidingsactiviteiten uitvoeren waarbij zij zelf of waarbij derde partijen baat hebben.
**4.** De Partijen streven ernaar zo nodig samen te werken om andere staten bijstand en ondersteuning te bieden bij de ontwikkeling van passende wetten, beleidslijnen, praktijken, onderwijs en opleiding, in overeenstemming met het Verdrag van Boedapest, en erkennen dat als de internationale norm voor de preventie en bestrijding van cybercriminaliteit.
DEEL II › HOOFDSTUK 3
Artikel 3.7
Cybercriminaliteit
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht