Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 31

Artikel 31.6

Subsidies onder voorwaarden

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Bij het verlenen van de volgende subsidies stelt elke Partij de volgende voorwaarden: met betrekking tot subsidies waarbij een overheid direct of indirect verantwoordelijk is voor het garanderen van schulden of verplichtingen van bepaalde ondernemingen, dat de dekking voor de schulden of verplichtingen niet onbeperkt is met betrekking tot het bedrag van die schulden of verplichtingen of dat de duur van de verantwoordelijkheid van de overheid niet onbeperkt is; en met betrekking tot subsidies aan insolvente of noodlijdende ondernemingen, zoals leningen en garanties, contanten, kapitaalinjecties, beschikbaarstelling van activa onder de marktprijs en belastingvrijstellingen, met een looptijd van meer dan een jaar, dat er een geloofwaardig herstructureringsplan is opgesteld dat is gebaseerd op realistische veronderstellingen en ervoor moet zorgen dat de insolvente of noodlijdende ondernemingen, binnen een redelijke termijn, weer levensvatbaar worden op lange termijn, en dat de onderneming, met uitzondering van kleine en middelgrote ondernemingen, zelf bijdraagt in de kosten van de herstructurering. 2. Lid 1, punt b), is niet van toepassing op subsidies die aan ondernemingen worden verleend als een tijdelijke liquiditeitssteun in de vorm van kredietgaranties of leningen die beperkt blijven tot het bedrag dat nodig is om een noodlijdende onderneming draaiende te houden gedurende de tijd die nodig is om een herstructurerings- of liquidatieplan vast te stellen. 3. Dit artikel is alleen van toepassing op subsidies die een negatief effect hebben of naar verwachting zullen hebben op de handel en mededinging van de andere Partij. 4. Dit artikel is niet van toepassing op subsidies: die worden verleend om ervoor te zorgen dat een bedrijf zich op ordelijke wijze uit de markt terugtrekt; of waarvan de cumulatieve bedragen of begrotingen over een periode van drie opeenvolgende jaren minder dan 170 000 SDR per onderneming bedragen.

Rechtspraak bij dit artikel