Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 32 › AFDELING B › ONDERAFDELING 1

Artikel 32.14

Beschermingstermijn

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De rechten van de auteur van een werk gelden gedurende het leven van de auteur en tot niet minder dan 70 jaar na het overlijden van de auteur, ongeacht de datum waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt114) Indien een Partij voorziet in een bijzondere beschermingstermijn in gevallen waarin een rechtspersoon als rechthebbende wordt aangewezen, loopt de beschermingstermijn ten minste 70 jaar na het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt.. 2. Bij gezamenlijk auteurschap wordt de in lid 1 bepaalde beschermingstermijn berekend vanaf de dood van de laatst levende auteur. 3. Voor anonieme of pseudonieme werken bedraagt de beschermingstermijn niet minder dan 70 jaar vanaf het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt. Indien evenwel de door de auteur aangenomen schuilnaam geen enkele twijfel aan de identiteit van de auteur laat of de auteur zijn of haar identiteit tijdens de in dit lid aangegeven termijn openbaart, geldt de in lid 1 bepaalde beschermingstermijn. 4. De beschermingstermijn van cinematografische of audiovisuele werken bedraagt ten minste 70 jaar na de datum van overlijden van de laatst levende auteur. Welke personen als auteurs van een cinematografisch of audiovisueel werk moeten worden aangemerkt, wordt vastgesteld op basis van de wet- en regelgeving van de Partijen. 5. De rechten van omroeporganisaties vervallen 50 jaar na de datum van de eerste uitzending van een programma. 6. De rechten van uitvoerend kunstenaars vervallen niet eerder dan 50 jaar na de datum van de vastlegging van de uitvoering; maar: indien een vastlegging van de uitvoering binnen de in dit lid bedoelde periode van 50 jaar op geoorloofde wijze is gepubliceerd of, indien daarin is voorzien door een Partij, op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, wordt de beschermingstermijn berekend vanaf de datum van die eerste publicatie of, indien daarin is voorzien door een Partij, die eerste mededeling aan het publiek; wanneer een Partij in beide mogelijkheden voorziet, wordt de beschermingstermijn berekend vanaf de gebeurtenis die zich het eerst voordoet; en indien een vastlegging van de uitvoering op een fonogram binnen de in dit lid bedoelde periode van 50 jaar op geoorloofde wijze is gepubliceerd of, indien daarin is voorzien door een Partij, op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, verstrijkt de beschermingstermijn niet minder dan 70 jaar na de datum van die eerste publicatie of, indien daarin is voorzien door een Partij, die eerste mededeling aan het publiek; wanneer een Partij in beide mogelijkheden voorziet, wordt de beschermingstermijn berekend vanaf de gebeurtenis die zich het eerst voordoet. 7. De rechten van producenten van fonogrammen vervallen niet eerder dan 50 jaar na de vastlegging. Indien het fonogram echter binnen die termijn op geoorloofde wijze is gepubliceerd of, indien daarin is voorzien door een Partij, op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, vervallen die rechten 70 jaar na de datum van die eerste publicatie of, indien daarin is voorzien door een Partij, die eerste mededeling aan het publiek. De Partijen kunnen maatregelen nemen of handhaven om ervoor te zorgen dat de winst die wordt gegenereerd in de 20 jaar van bescherming volgend op de eerste 50 jaar, eerlijk wordt verdeeld tussen de uitvoerend kunstenaars en de producenten van fonogrammen.

Rechtspraak bij dit artikel