Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 32 › AFDELING B › ONDERAFDELING 4

Artikel 32.35

Reikwijdte van bescherming van geografische aanduidingen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen, evenals die welke op grond van artikel 32.34 zijn toegevoegd, worden beschermd tegen: elk commercieel gebruik van de geografische aanduiding voor een product dat van hetzelfde type is en dat: niet van oorsprong is uit de in bijlage 32-C voor die geografische aanduiding vermelde plaats van oorsprong; of weliswaar van oorsprong is uit de plaats van oorsprong die in bijlage 32-C voor die geografische aanduiding is vermeld, maar dat niet is geproduceerd of vervaardigd overeenkomstig het bij de beschermde benaming horende productdossier, zelfs wanneer die benaming vergezeld gaat van vermeldingen als „genre”, „type”, „stijl”, „imitatie”, „smaak” of soortgelijke vermeldingen; het gebruik van middelen in de benaming of voorstelling van een product waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat het product in kwestie zijn oorsprong heeft in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het risico inhoudt van misleiding van het publiek ten aanzien van de geografische oorsprong van het product; elk gebruik dat een daad van oneerlijke concurrentie vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs, met inbegrip van de exploitatie van de reputatie van een geografische aanduiding of een onjuiste of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, oorsprong, aard of essentiële kwaliteiten van het product op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of in de documenten betreffende de goederen zelf, en elke praktijk die de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product. 2. Beschermde geografische aanduidingen worden op de respectieve grondgebieden van de Partijen geen soortnamen. 3. Er bestaat geen verplichting uit hoofde van deze onderafdeling om geografische aanduidingen te beschermen die in het gebied van oorsprong niet of niet langer beschermd zijn. 4. Een Partij sluit niet uit dat de bescherming of erkenning van een geografische aanduiding door de bevoegde autoriteiten op het grondgebied van oorsprong kan worden geannuleerd op grond van het feit dat de beschermde of erkende aanduiding niet langer voldoet aan de voorwaarden op grond waarvan de bescherming of erkenning oorspronkelijk op het grondgebied van oorsprong was verleend. 5. Elke Partij stelt de andere Partij ervan in kennis indien een geografische aanduiding in haar grondgebied van oorsprong niet langer wordt beschermd. Een dergelijke kennisgeving vindt plaats overeenkomstig de in artikel 32.40 vastgestelde procedures. 6. Niets in deze onderafdeling doet afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve indien die naam wordt gebruikt om het publiek te misleiden. 7. De uit hoofde van deze onderafdeling geboden bescherming geldt voor de vertaling van de in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen indien het gebruik van een dergelijke vertaling het risico inhoudt het publiek te misleiden. 8. Wanneer een vertaling van een geografische aanduiding identiek is met generieke of beschrijvende termen, waaronder zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, dan wel in de omgangstaal gebruikelijke benamingen als soortnaam voor een product op het grondgebied van een Partij of die omvat, of wanneer een geografische aanduiding niet identiek is met een dergelijke benaming maar die omvat, doen de bepalingen van deze onderafdeling geen afbreuk aan het recht van een persoon om die benaming in samenhang met dat product te gebruiken. 9. De bescherming uit hoofde van deze onderafdeling is niet van toepassing op een afzonderlijk bestanddeel van een term met meerdere bestanddelen die beschermd wordt als een in aanhangsel 32-C-1 vermelde geografische aanduiding, indien het afzonderlijke bestanddeel122) Zoals bepaald in aanhangsel 32-C-1, dat termen bevat waarvoor geen bescherming wordt gevraagd. een term is die in de omgangstaal gebruikelijk is als de gebruikelijke benaming voor het bijbehorende product. 10. Niets in deze onderafdeling belet dat op het grondgebied van een Partij met betrekking tot een product gebruik wordt gemaakt van een naam van een planten- of dierenras123) In de toelichting in bijlage 32-C zijn de planten- en dierenrassen gedefinieerd waarvan het gebruik niet mag worden verhinderd.. 11. Voor nieuwe geografische aanduidingen die een Partij overeenkomstig artikel 32.34 wenst toe te voegen, verplicht niets een Partij ertoe een geografische aanduiding te beschermen die identiek is aan de term die in de omgangstaal gebruikelijk is op het grondgebied van die Partij124) Wanneer een partij bij het nemen van een besluit over het toevoegen van een nieuwe geografische aanduiding bepaalt of bij een term sprake is van een term die in de omgangstaal op het grondgebied van de Partij gebruikelijk is als de gebruikelijke benaming voor het betrokken product, hebben de autoriteiten van een partij de bevoegdheid rekening te houden met de wijze waarop consumenten de term op het grondgebied van die Partij begrijpen. Factoren die relevant zijn voor een dergelijke opvatting door de consument kunnen onder meer zijn: a) of de benaming wordt gebruikt om te verwijzen naar het soort product in kwestie, zoals aangegeven door competente bronnen zoals woordenboeken, kranten en relevante websites; of b) hoe het product waarnaar met de benaming wordt verwezen op het grondgebied van die Partij op de markt en in de handel wordt gebracht. als de gebruikelijke benaming voor het betrokken product.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel