Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 32 › AFDELING C › ONDERAFDELING 1

Artikel 32.51

Bewijs

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, al voordat een bodemprocedure is begonnen, na indiening van een verzoek door een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van haar beweringen dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie krachtens het recht van die Partij wordt gewaarborgd. Bij het gelasten van voorlopige maatregelen houden de rechterlijke instanties rekening met de rechtmatige belangen van de vermeende inbreukmaker. 2. De in lid 1 bedoelde voorlopige maatregelen kunnen een gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagname van de vermeende inbreuk makende goederen en, in passende gevallen, de voornamelijk bij de productie of distributie van die goederen gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten omvatten. 3. Elke Partij treft, in geval van een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, de nodige maatregelen teneinde de rechterlijke instanties in staat te stellen om, waar passend, op verzoek van een partij overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de hand van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Rechtspraak bij dit artikel