Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 32 › AFDELING C › ONDERAFDELING 1

Artikel 32.57

Schadevergoedingen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de benadeelde, de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk pleegde, gelasten aan de houder van het recht een schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden. 2. Bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding uit hoofde van lid 1 hebben de rechterlijke instanties van elke Partij de bevoegdheid om onder andere door de houder aangevoerde legitieme waardebepalingen, met inbegrip van gederfde winst, de marktwaarde van de goederen of diensten ten aanzien waarvan inbreuk is gemaakt of de voorgestelde detailhandelsprijs132) Voor de EU-Partij omvat dat, waar passend, ook andere elementen dan economische factoren, onder andere de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden., in aanmerking te nemen. Elk van beide Partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties, ten minste in gevallen van inbreuk op auteursrecht of naburige rechten en namaak van merken, in civielrechtelijke procedures de bevoegdheid hebben de inbreukmaker te gelasten aan de houder van het recht het aan de inbreuk toe te schrijven deel van de winst te betalen als alternatief voor, in aanvulling op of als onderdeel van de schadevergoeding. 3. Als alternatief voor het bepaalde in lid 2 kan elk van beide Partijen bepalen dat haar rechterlijke instanties in passende gevallen de schadevergoeding kunnen vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken. 4. Niets in dit artikel belet de Partijen erin te voorzien dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een, eventueel vooraf vastgestelde, schadevergoeding ten behoeve van de benadeelde kunnen gelasten indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs kon weten dat hij een inbreuk pleegde.

Rechtspraak bij dit artikel