De Partijen erkennen dat voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:
het volstaat voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, dat de naam van de auteur op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd; en
punt a) van overeenkomstige toepassing is op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.
DEEL III › HOOFDSTUK 32 › AFDELING C › ONDERAFDELING 1
Artikel 32.60
Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht