Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 33 › AFDELING B

Artikel 33.10

Handel en klimaatverandering

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen erkennen het belang van MMO’s op het gebied van klimaatverandering, met name de noodzaak om de doelstelling van het UNFCCC, en de doelen van de Overeenkomst van Parijs te bereiken, teneinde de urgente dreiging van klimaatverandering aan te pakken. De Partijen erkennen dan ook de rol van handel bij het bereiken van de doelstelling van duurzame ontwikkeling en het aanpakken van klimaatverandering, evenals het belang van individuele en collectieve inspanningen om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken door middel van acties ter matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering. 2. In overeenstemming met lid 1: geeft elke Partij op doeltreffende wijze uitvoering aan het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs, met inbegrip van haar verplichtingen met betrekking tot haar nationaal vastgestelde bijdragen; bevordert elke Partij de positieve bijdrage van handel aan de overgang naar een kringloopeconomie met lage broeikasgasemissies en aan klimaatbestendige ontwikkeling, met inbegrip van acties ter matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering; en vergemakkelijkt en bevordert elke Partij handel en investeringen in goederen en diensten die van bijzonder belang zijn voor de matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering, voor duurzame hernieuwbare energie en voor energie-efficiëntie, op een wijze die in overeenstemming is met andere bepalingen van deze overeenkomst. 3. Overeenkomstig artikel 33.7 werken de Partijen, waar passend bilateraal, regionaal en in internationale fora, waaronder het UNFCCC, de WTO en het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, gesloten te Montreal op 16 september 1987 („Protocol van Montreal”), samen bij handelsgerelateerde aspecten van klimaatverandering. Voorts kunnen de Partijen, waar passend, op die punten ook samenwerken in de Internationale Maritieme Organisatie. 4. Overeenkomstig lid 1 werken de Partijen samen op gebieden als: de uitwisseling van kennis en ervaring met betrekking tot de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs, evenals initiatieven ter bevordering van klimaatbestendigheid, hernieuwbare energie, emissiearme technologieën, energie-efficiëntie, koolstofbeprijzing, duurzaam vervoer, ontwikkeling van duurzame en klimaatbestendige infrastructuur, emissiemonitoring en op de natuur gebaseerde oplossingen; alsook de verkenning van de mogelijkheden om samen te werken op gebieden zoals verontreinigende stoffen met een korte levensduur en koolstofvastlegging in de bodem; en de uitwisseling van kennis en ervaring met betrekking tot een ambitieuze uitfasering van ozonafbrekende stoffen en uitfasering van fluorkoolwaterstoffen in het kader van het Protocol van Montreal door middel van maatregelen om de productie, het verbruik en de handel ervan te beheersen, de invoering van milieuvriendelijke alternatieven voor die ozonafbrekende stoffen en fluorkoolwaterstoffen, actualisering van de veiligheids- en andere relevante normen, en bestrijding van de illegale handel in stoffen die onder het Protocol van Montreal vallen, naargelang van het geval.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel