Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 33 › AFDELING B

Artikel 33.14

Handel en duurzaam beheer van visserij en aquacultuur

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen erkennen het belang van de instandhouding en het duurzame beheer van biologische rijkdommen van de zee en mariene ecosystemen, alsook de rol die handel speelt bij het nastreven van die doelstellingen. 2. Bij de ontwikkeling en uitvoering van instandhoudings- en beheersmaatregelen houden de Partijen rekening met sociale, handels-, ontwikkelings- en milieuproblemen en met het belang van de ambachtelijke of kleinschalige visserij voor het levensonderhoud van de plaatselijke vissersgemeenschappen. 3. De Partijen erkennen dat illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO)134) De term „illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij” heeft dezelfde betekenis als in lid 3 van het door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties in Rome in 2001 aangenomen Internationaal actieplan om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen („IOO-visserijactieplan 2001”). aanzienlijke negatieve gevolgen kan hebben voor de visbestanden, voor de duurzaamheid van de handel in visserijproducten, en voor de ontwikkeling en het milieu, en bevestigen dat actie moet worden ondernomen om de problemen van overbevissing en niet-duurzaam gebruik van visbestanden aan te pakken. 4. In overeenstemming met de leden 1, 2 en 3 van dit artikel: voert elke Partij de beginselen uit van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982, van de VN-overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van grensoverschrijdende en over grote afstanden trekkende visbestanden, goedgekeurd te New York op 4 augustus 1995, van de Overeenkomst van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN („FAO”) ter bevordering van de naleving van de internationale instandhoudings- en beheersmaatregelen door vissersvaartuigen op de volle zee, goedgekeurd in Rome op 24 november 1993, van de FAO-gedragscode voor een verantwoorde visserij, goedgekeurd bij Resolutie 4/95 op 31 oktober 1995, en van de FAO-overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, goedgekeurd in Rome op 22 november 2009, en handelt elke Partij naar die beginselen; neemt elke Partij deel aan het initiatief van de FAO inzake het mondiaal register van vissersvaartuigen, koelschepen en hulpschepen; streeft elke Partij naar een visserijbeheerssysteem dat gebaseerd is op de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens en op internationaal erkende beste praktijken voor visserijbeheer en instandhouding, zoals weergegeven in de desbetreffende bepalingen van internationale instrumenten gericht op het duurzame gebruik en de instandhouding van mariene soorten135) Die instrumenten omvatten onder andere, en voor zover van toepassing, het VN-verdrag inzake het recht van de zee, de VN-overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van grensoverschrijdende en over grote afstanden trekkende visbestanden, de FAO-gedragscode voor een verantwoorde visserij, de FAO-overeenkomst ter bevordering van de naleving van de internationale instandhoudings- en beheersmaatregelen door vissersvaartuigen op de volle zee, het IOO-visserijactieplan van 2001 en de FAO-overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen., en dat onder andere is ontworpen om: overbevissing en overcapaciteit te voorkomen; bijvangst van niet-doelsoorten te beperken; het herstel van overbeviste bestanden voor alle zeevisserijen te bevorderen; en visserijbeheer met een ecosysteembenadering te bevorderen, onder meer door samenwerking tussen de Partijen; neemt elke Partij ter ondersteuning van de inspanningen om IOO-visserijpraktijken te bestrijden en de handel in producten van met die praktijken gevangen soorten te ontmoedigen: doeltreffende maatregelen om IOO-visserij te bestrijden; systemen voor monitoring, controle, bewaking, naleving en handhaving in gebruik om: vaartuigen die haar vlag voeren en haar natuurlijke personen, overeenkomstig haar internationale verplichtingen en haar wetgeving te weerhouden van IOO-visserijactiviteiten; en het op zee overladen van vis of visproducten aan te pakken teneinde IOO-visserij tegen te gaan en te voorkomen; havenstaatmaatregelen; en maatregelen om te voorkomen dat er IOO-visserij- en -visproducten in de bevoorradingsketens van elke Partij terechtkomen en werkt zij daartoe samen, onder meer door de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken; neemt elke Partij actief deel aan de werkzaamheden van de regionale organisaties voor visserijbeheer ( „ROVB’s”) waarvan zij lid, waarnemer of samenwerkende niet-verdragsluitende Partij is, met het oog op goed visserijbeheer en duurzame visserij, bijvoorbeeld door de bevordering van wetenschappelijk onderzoek en de vaststelling van instandhoudingsmaatregelen op basis van de beste wetenschappelijke bewijzen, de versterking van nalevingsmechanismen, de uitvoering van periodieke prestatiebeoordelingen en de vaststelling van doeltreffende controle, monitoring en handhaving van het beheer van de beheersmaatregelen van ROVB’s en, indien van toepassing, de goedkeuring en uitvoering van vangstdocumentatie- of certificeringsregelingen en havenstaatmaatregelen; streeft elke Partij ernaar te handelen overeenkomstig relevante instandhoudings- en beheersmaatregelen die zijn vastgesteld door ROVB’s waarvan zij geen lid is, teneinde die maatregelen niet te ondermijnen, en ernaar te streven de vangst- of handelsdocumentatieregelingen die worden toegepast door ROVB’s of regelingen waarvan zij geen lid is, niet te ondermijnen; en bevordert elke Partij de ontwikkeling van een duurzame en verantwoorde aquacultuur, met inachtneming van de economische, sociale en milieuaspecten ervan, overeenkomstig de uitvoering van de doelstellingen en beginselen die zijn opgenomen in de FAO-gedragscode voor een verantwoorde visserij. 5. De Partijen werken, waar passend en overeenkomstig artikel 33.7, bilateraal en in het kader van ROVB’s samen teneinde duurzame visserijpraktijken en de handel in visproducten van duurzaam beheerde visserijen te bevorderen. Daarnaast kunnen de Partijen samenwerken om kennis en goede praktijken uit te wisselen ter ondersteuning van de uitvoering van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel