Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 33 › AFDELING C

Artikel 33.16

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden om de ontwikkeling van de internationale handel te bevorderen op een wijze die bevorderlijk is voor fatsoenlijk werk voor iedereen, met name vrouwen, jongeren en personen met een handicap, overeenkomstig hun respectieve verplichtingen in het kader van de IAO, waaronder die welke zijn opgenomen in de IAO-verklaring betreffende de fundamentele beginselen en rechten op het werk, en de IAO-verklaring over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering. 2. Herinnerend aan de IAO-verklaring over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering, merken de Partijen op dat de schending van fundamentele beginselen en rechten op het werk niet kan worden aangevoerd of anderszins kan worden gebruikt als een legitiem comparatief voordeel en dat arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische handelsdoeleinden. 3. Elke Partij geeft op doeltreffende wijze uitvoering aan de respectievelijk door de lidstaten en door Chili geratificeerde IAO-verdragen. 4. In overeenstemming met het statuut van de IAO, vastgesteld als deel XIII van het Verdrag van Versailles, ondertekend op 28 juni 1919, en de IAO-verklaring betreffende de fundamentele beginselen en rechten op het werk, respecteert en bevordert elke Partij de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals gedefinieerd in de fundamentele IAO-verdragen, en voert zij die op doeltreffende wijze uit, met name: de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve arbeidsovereenkomsten; de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid; de effectieve afschaffing van kinderarbeid, inclusief het verbod op de ergste vormen van kinderarbeid; de uitbanning van discriminatie met betrekking tot werk en beroep; en een veilige en gezonde werkomgeving. 5. De Partijen wisselen regelmatig informatie uit over hun respectieve voortgang bij de ratificatie van de IAO-verdragen of -protocollen die door de IAO als up-to-date zijn aangemerkt en waarbij zij nog geen partij zijn. 6. Elke Partij bevordert de IAO-agenda voor fatsoenlijk werk zoals uiteengezet in de IAO-verklaring over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering, in het bijzonder met betrekking tot: behoorlijke arbeidsvoorwaarden voor iedereen, onder meer wat loon en inkomen, werktijden, overige arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming betreft; en sociale dialoog over arbeidsaangelegenheden tussen werknemers en werkgevers en hun respectieve organisaties, en bevoegde overheidsinstanties. 7. Overeenkomstig haar verplichtingen in het kader van de IAO: stelt elke Partij maatregelen en beleid met betrekking tot veiligheid en gezondheid op het werk vast en voert zij die uit; en handhaaft elke Partij een arbeidsinspectiesysteem overeenkomstig de relevante IAO-normen inzake arbeidsinspectie.

Rechtspraak bij dit artikel