Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 34

Artikel 34.1

Context en doelstellingen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen zijn het eens over het belang van het integreren van een genderperspectief in de bevordering van inclusieve economische groei, en over de sleutelrol die genderresponsief beleid in dat verband kan spelen. Dat omvat het wegnemen van belemmeringen voor de deelname van vrouwen aan de economie en internationale handel, waaronder het verbeteren van gelijke kansen op toegang tot arbeidsfuncties en -sectoren voor mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. 2. De Partijen erkennen dat internationale handel en investeringen motoren van economische groei zijn en erkennen tevens de belangrijke bijdrage van vrouwen tot economische groei door hun deelname aan economische activiteiten, waaronder het bedrijfsleven en internationale handel. 3. De Partijen erkennen dat de deelname van vrouwen aan internationale handel kan bijdragen tot de bevordering van hun economische zelfredzaamheid en onafhankelijkheid. Voorts draagt de toegang van vrouwen tot en hun eigendom van economische hulpbronnen bij tot duurzame en inclusieve economische groei, welvaart, concurrentievermogen en het welzijn van de samenleving. De Partijen benadrukken derhalve hun voornemen om dit deel van deze overeenkomst uit te voeren op een wijze die de gelijkheid van mannen en vrouwen bevordert en versterkt. 4. De Partijen herinneren aan de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen met betrekking tot handel en gendergelijkheid, met name doelstelling 5: gendergelijkheid en emancipatie van alle vrouwen en meisjes. 5. De Partijen herinneren aan de doelstellingen van de gezamenlijke verklaring inzake handel en economische empowerment van vrouwen, zoals opgesteld ter gelegenheid van de Ministeriële Conferentie van de WTO die in december 2017 in Buenos Aires plaatsvond. 6. De Partijen herinneren aan hun verbintenissen inzake de mainstreaming van gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes, evenals de eerbiediging van de democratische beginselen, mensenrechten en fundamentele vrijheden, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten met betrekking tot gendergelijkheid waarbij zij partij zijn. 7. De Partijen bevestigen opnieuw hun verbintenissen uit hoofde van de Verklaring en het actieprogramma van Peking, die zijn aangenomen op de vierde wereldvrouwenconferentie van 4 tot 15 september 1995 in Peking, en wijzen met name op de doelstellingen en bepalingen inzake gelijke toegang van vrouwen tot hulpbronnen, werkgelegenheid, markten en handel. 8. De Partijen bevestigen opnieuw het belang van een inclusief handelsbeleid dat bijdraagt tot de bevordering van gelijke rechten, behandeling en kansen voor mannen en vrouwen en tot de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. 9. De Partijen benadrukken de rol van de particuliere sector bij de bevordering van gendergelijkheid door bij hun bedrijfsactiviteiten een non-discriminatie- en diversiteitsbeleid te voeren overeenkomstig internationale richtsnoeren en normen die door de Partijen worden onderschreven of ondersteund. 10. De Partijen streven ernaar: hun handelsbetrekkingen, samenwerking en dialoog te verbeteren op een manier die bevorderlijk is voor gelijke kansen voor en gelijke behandeling van vrouwen en mannen, als werknemers, producenten, handelaren of consumenten, overeenkomstig hun internationale verbintenissen; samenwerking en dialoog te faciliteren met als doel de capaciteiten en voorwaarden voor vrouwen te verbeteren om toegang te krijgen tot door de handel gecreëerde kansen; hun capaciteiten om handelsgerelateerde genderkwesties aan te pakken, verder te verbeteren, onder andere door de uitwisseling van informatie en beste praktijken.

Rechtspraak bij dit artikel