Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 34

Artikel 34.3

Algemene bepalingen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen erkennen het recht van elke Partij om haar eigen toepassingsgebied en garanties inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen vast te stellen en haar relevante wetgeving en beleid dienovereenkomstig vast te stellen of te wijzigen, in overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de in artikel 34.2 bedoelde internationale overeenkomsten. 2. Elke Partij streeft ernaar te waarborgen dat haar wetgeving en beleid voorziet in gelijke rechten, behandeling en kansen voor mannen en vrouwen en die bevordert, in overeenstemming met haar internationale verplichtingen. Elke Partij streeft ernaar die wetgeving en dat beleid te verbeteren. 3. Elke Partij streeft ernaar naar geslacht uitgesplitste gegevens over handel en gender te verzamelen met het oog op een beter begrip van de verschillende effecten van handelspolitieke instrumenten op vrouwen en mannen in hun rol als werknemer, producent, handelaar of consument. 4. Elke Partij bevordert op haar grondgebied het publieke bewustzijn van haar wetgeving en beleid inzake gendergelijkheid, met inbegrip van de gevolgen voor en de relevantie ervan voor inclusieve economische groei en handelsbeleid. 5. Elke Partij houdt, waar relevant, rekening met de doelstelling van gelijkheid van mannen en vrouwen bij het formuleren, uitvoeren en herzien van maatregelen op de gebieden die onder dit deel van deze overeenkomst vallen. 6. Elke Partij stimuleert handel en investeringen door gelijke kansen en de deelname van vrouwen en mannen aan de economie en internationale handel te bevorderen. Dat omvat onder meer maatregelen die gericht zijn op: het geleidelijk uitbannen van alle vormen van discriminatie op grond van geslacht; het bevorderen van het beginsel van gelijke beloning voor gelijkwaardig werk teneinde de loonkloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken en de non-discriminatie van vrouwen bij arbeid en beroep, ook niet om redenen van zwangerschap en moederschap, te bevorderen. 7. Een Partij mag de bescherming die haar respectieve wetgeving biedt om gendergelijkheid of gelijke kansen voor vrouwen en mannen te waarborgen, niet afzwakken of verminderen om handel of investeringen aan te moedigen. 8. Een Partij mag geen afstand doen van of anderszins afwijken van, of aanbieden afstand te doen van of anderszins af te wijken van, haar respectieve wetgeving die gericht is op het waarborgen van gendergelijkheid of gelijke kansen voor vrouwen en mannen op een wijze die de op grond van die wetgeving verleende bescherming afzwakt of vermindert teneinde handel of investeringen aan te moedigen. 9. Een Partij mag niet nalaten de bescherming die haar wetgeving biedt om gendergelijkheid of gelijke kansen voor vrouwen en mannen te waarborgen, door voortdurend of herhaaldelijk handelen of niet-handelen, op zodanige wijze te handhaven dat de handel of investeringen erdoor worden beïnvloed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel