Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 35

Artikel 35.6

Toetsing en beroep

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke Partij voert rechterlijke, arbitrale of administratieve instanties of procedures in, of handhaaft die, met het oog op een onverwijlde herziening en, indien gerechtvaardigd, de correctie van administratieve besluiten met betrekking tot aangelegenheden waarop dit deel van deze overeenkomst van toepassing is. 2. Elke Partij waarborgt dat haar rechterlijke, arbitrale of administratieve instanties beroeps- of toetsingsprocedures op niet-discriminerende en onpartijdige wijze toepassen. De instanties zijn onpartijdig en onafhankelijk van de autoriteit waaraan bevoegdheden voor administratieve handhaving zijn toevertrouwd, en hebben geen belang bij de uitkomst van de aangelegenheid. 3. Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde gerechten of procedures ziet elke Partij erop toe dat de Partijen voor dergelijke gerechten of bij dergelijke procedures in kennis worden gesteld van: een redelijke mogelijkheid om hun respectieve standpunten te staven of te verdedigen; en een beslissing die is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken, of, indien de wet dat vereist, op het door de desbetreffende autoriteit samengestelde dossier. 4. Elke Partij zorgt ervoor dat de in lid 3, punt b), bedoelde beslissing wordt uitgevoerd door de autoriteit waaraan de administratieve handhavingsbevoegdheden zijn toevertrouwd, onder voorbehoud van beroep of verdere herziening waarin haar wet- en regelgeving voorziet.

Rechtspraak bij dit artikel