**1.** De Partijen erkennen het belang van het duurzame beheer van de oceanen en zeeën, met inbegrip van de bescherming en het behoud van het mariene milieu, het verband tussen oceanen en klimaat, het behoud en het duurzame gebruik en het verantwoorde beheer van de visserij, aquacultuur en andere maritieme activiteiten en de bijdrage daarvan aan het bieden van ecologische, economische en sociale kansen voor de huidige en toekomstige generaties.
**2.** Daartoe verbinden de Partijen zich, in overeenstemming met hun internationale verplichtingen in het kader van het internationaal recht, met name het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay, op 10 december 1982, tot:
het aansporen van staten die daartoe in staat zijn, om de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee over het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biodiversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, aangenomen te New York op 19 juni 2023, te ondertekenen en te ratificeren, goedkeuren of aanvaarden;
het samenwerken om duurzameontwikkelingsdoelstelling 14 en andere daarmee verband houdende duurzameontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken, onder meer in relevante regionale en multilaterale organen en processen;
het bijdragen aan de verbetering van de internationale oceaangovernance, onder meer door lacunes in de regelgeving en de uitvoering op te vullen;
het bevorderen van betere samenwerking en beter overleg, binnen en tussen de bevoegde internationale organisaties, instrumenten en organen teneinde de oceaangovernance te verbeteren en doeltreffende naleving te bevorderen;
het bevorderen en op doeltreffende wijze uitvoeren van monitoring-, controle- en bewakingsmaatregelen, zoals waarnemersregelingen, toezichtsystemen voor vaartuigen, toezicht op het overladen, inspecties op zee en havenstaatcontrole, en van bijbehorende sancties, overeenkomstig hun eigen wet- en regelgeving, gericht op de instandhouding van de visbestanden en de voorkoming van overbevissing;
het vaststellen of handhaven van acties en samenwerking bij de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij („IOO-visserij”), met inbegrip van, indien van toepassing, uitwisseling van informatie over IOO-activiteiten in hun wateren en de uitvoering van beleid en maatregelen om IOO-producten van de handelsstromen en viskwekerijen uit te sluiten;
het samenwerken met, en waar passend in, regionale organisaties voor visserijbeheer waarvan beide Partijen lid, waarnemer of medewerkende niet-verdragsluitende partij zijn, met als doel tot goed bestuur te komen;
het verminderen van de druk op de oceanen door mariene verontreiniging en zwerfvuil op zee te bestrijden, ook die welke afkomstig zijn van bronnen op het land, plastic en microplastic;
het samenwerken om ecosystemen en gebiedsgerichte instandhoudingsmaatregelen en beheersinstrumenten te ontwikkelen, overeenkomstig het recht van elke Partij en het internationaal recht en gebaseerd op de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens, om kust- en mariene gebieden en hulpbronnen, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, te beschermen en te herstellen;
het aanmoedigen van het versterken van de veiligheid en de bescherming van de oceanen door beste praktijken uit te wisselen met betrekking tot kustwachttaken en maritiem toezicht, onder meer door betere samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten;
het bevorderen van gebiedsgerichte instrumenten zoals ecosysteemgerichte maritieme ruimtelijke planning en geïntegreerd beheer van kustgebieden om maritieme activiteiten op duurzame wijze te beheren en te ontwikkelen;
het samenwerken om onderzoek op oceanografisch gebied en gegevensverzameling te versterken;
het ondersteunen van marien onderzoek en op wetenschappelijke inzichten gebaseerde besluiten voor visserijbeheer en voor andere activiteiten met betrekking tot de exploitatie van mariene hulpbronnen;
het samenwerken om de nadelige effecten van klimaatverandering op de oceaan, kustlijnen en ecosystemen tot een minimum te beperken, onder meer door de beperking van de emissies van broeikasgassen, in het bijzonder koolstofdioxide, en om doeltreffende adaptatieacties en steun voor de uitvoering van relevante internationale overeenkomsten en internationale acties te verwezenlijken;
het bevorderen van de ontwikkeling van duurzame en verantwoorde aquacultuur, onder meer met betrekking tot de uitvoering van de doelstellingen en beginselen van de Gedragscode voor een verantwoorde visserij, aangenomen in Rome op 31 oktober 1995 door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties;
het uitwisselen van beste praktijken betreffende de duurzame ontwikkeling van geselecteerde maritieme economische activiteiten die van belang zijn voor de Partijen.
DEEL II › HOOFDSTUK 4
Artikel 4.6
Oceaangovernance
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht